Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoerah t hoerah!" schreeuwden de jagers, en met lossen teugel stormden zij op de Apachen in.

Thans volgde er gedurende eenige minuten eene woedende schermutseling met blank geweer.

Eindelijk moesten de Apachen het opgeven en togen zij op de vlucht, terwijl de jagers, na wonderen van dapperheid verrichtte hebben, ordelijk naar de rivier terugtrokken, daar zij nauwelijks twintig passen van verwijderd waren.

Aan den oever komende, daalden zij den stroom in.

Eensklaps richtte het paard van Valentin zich steil op de achterpooten, deed een geweldigen sprong en buitelde om op zijn berijder.

Het arme dier was letterlijk met pijlen als doorregen.

De Apachen, toen zij hun vijand zagen vallen, hieven een huilenden vreugdekreet aan.

Zij snelden naar hem toe om hem te scalpeeren.

Maar Valentin was onmiddellijk weder opgestaan, en achter het lichaam van zijn dood paard nederknielende, dat hem tot een geschikte borstwering strekte, brandde hij op de Indianen eerst zijn geweer en toen zijne pistolen los, daarbij krachtdadig ondersteund door de andere jagers, die van het eiland, waar zij reeds waren aangekomen, vuur gaven.

De Apachen, ten hoogste verbitterd, dat zij zich dus door een enkel man het hoofd zagen bieden, stormden gezamenlijk op hem af alsof zij hem in massa wilden verpletteren.

Valentin, thans zijne vuurwapenen niet langer kunnende gebruiken, nam zijn geweer bij den loop en bediende er zich van als een knods, steeds voet voor voet terugtrekkende, maar altijd tegen den vijand front makende.

Door een gelukkig toeval, dat schier wonderdadig scheen, was hij er tot dusver, behalve eenige onbeduidende schrammen, zonder ernstige verwondingen afgekomen, doordien de Indianen, te dicht op elkander gedrongen, hunne wapens niet konden gebruiken, uit vrees van elkander te kwetsen.

Doch Valentin voelde zich de krachten ontzinken, zijne ooren ruischten, zijne slapen klopten alsof zij zouden bersten, er kwam als een vlies voor zijne oogen en zijne uitgeputte armen brachten reeds minder juiste slagen toe.

De menscheiijke spierkracht heeft hare bepaalde grenzen, en hoe groot zijn moed of wilskracht wezen mag, er komt ook voor den sterkste een oogenblik dat de strijd voor hem onmogelijk wordt en hij tegen wil en dank, wanneer hij niet langer kan, genoodzaakt is zich overwonnen te verklaren.

Valentin zag zich tot dit uiterste gebracht.

Zijn geweer was tusschen zijne handen gebroken.

Hij stond ontwapend, en aan de ongenade zijner woeste vijanden prijsgegeven; het was gedaan met den Franschman.

Maar de jagers, daar de Indianen in de hitte der vervolging niet

Sluiten