Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middel verschafte dat hij zocht; hij zette de Zonnestraal in eene prauw, en gebood haar herwaarts te gaan, en de Zonnestraal is met vreugde gegaan, zonder zich te bekreunen om die honden van Apachen, wier mollenoogen haar niet hebben kunnen bemerken toen zij hun voorbijkwam."

„Ja! dat moet wel waar zijn," zeide Valentin. ,,Maar waarom is de Eenhoorn, in plaats van u te zenden, niet liever zelf gekomen met eenige krijgslieden?"

„De Eenhoorn is een Sachem," antwoordde zij; „hij is wijs en voorzichtig als een bever; de krijgslieden waren in het dorp gebleven, het opperhoofd was met de Zonnestraal alleen."

„God geve dat uwe woorden oprecht mogen zijn, en dat wij ons niet zullen te beklagen hebben dat wij u ons vertrouwen schonken!" zeide don Pablo.

„De Zonnestraal is eene Comansche vrouw!" hernam zij fier; „haar hart is rood en hare tong is niet dubbel."

„Ik sta voor haar in," riep dona Clara met drift, „zij zou ons niet willen bedriegen."

„Dat geloof ik wel," zeide Valentin; „maar in allen geval, wij zullen zien. De Roodhuiden bezitten eergevoel; voor het overige zullen wij op onze hoede zijn. Intusschen veronderstel ik dat gij even als ik, zoodra mogelijk dit eiland zult willen verlaten, niet waar? Ik ben dus van gevoelen dat wij ons haasten moeten, om met de prauw van deze jonge vrouw weg te komen."

„Is het dan toch waar!" riep dona Clara verheugd opstaande.

„Ja zeker is het waar," antwoordde Valentin, „eene uitmuntende boot, in welke wij dus geheel op ons gemak zullen zijn en die, wat meer zegt, rijkelijk van levensmiddelen en krijgsbehoeften voorzien is; alleen geloof ik dat wij wel zouden doen, als wij van den mist gebruik maakten, dan kunnen wij ontsnappen, zonder aan de Apachen gelegenheid te geven ons te zien."

„Goed," zei don Pablo, „maar als wij eenmaal aan den vasten wal zijn, welken weg moeten wij dan op? Paarden hebben wij niet. Zeg eens, Zonnestraal, kunt gij ons daaromtrent inlichten?"

„Hoor eens," antwoordde de jonge vrouw, „de Apachen maken zich voor een grooten veldtocht gereed, zij hebben al hunne broeders te wapen geroepen, meer dan drie duizend krijgslieden doorkruisen thans de prairie in alle richtingen, de gewapende benden bezetten al de toegangen naar de rivier; slechts twee natiën hebben aan de oproeping geen gehoor willen geven, dat zijn de Comanchen en de Navajoés; de dorpen van mijn stam liggen niet ver af, ik wil beproeven u daarheen te brengen."

„Zeer goed," antwoordde don Pablo. „Volgens hetgeen gij ons zegt, zijn de oevers der Rio-Gila overal bezet. In eene prauw de rivier op te varen is niet mogelijk, daar wij dan binnen een paar uren zeker gescalpeerd zouden zijn, ik ben dus van gevoelen dat wij den koristen weg naar het eerste dorp der Comanchen of der

Sluiten