Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tin, uithoofde van vroeger bewezen diensten, reeds onbepaald toegedaan, hechtte zij zich thans geheel en onvoorwaardelijk aan dona Clara.

„Dat de bleeke maagd niet langer vreeze," zeide zij met eene zachte, bevende stem, „zij is mijne zuster, ik zal haar redden en al de krijgslieden die met haar zijn."

„Ik dank u," antwoordde dona Clara; „mijne zuster is goed, zij is de vrouw van een groot opperhoofd, ik zal altijd hare vriendin wezen; zoodra ik weder bij mijn vader ben, zal ik haar nog veel schooner geschenken doen dan dit."

De jonge Indiaansche vrouw klapte in de handen van verrukking.

„Wat is er toch gaande?" had Valentin gevraagd, toen hij bij Shaw komende, zag dat deze met het geweer in gereedheid, op den grond lag en scherp uitkeek, alsof hij de duisternis wilde doorboren.

„Inderdaad, als ik het weet," antwoordde de jongman naïf, „maar ik zou zeggen dat er iets buitengewoons om ons heen gebeurt; ik zie dunkt mij schimmen op de rivier zich bewegen, maar door den dikken mist kan ik het niet wel onderscheiden; ik hoor een dof geluid als het klotsen van riemen in het water; ik geloof voor het naaste dat de Indianen aanstalten maken om ons aan te vallen."

„Ja," mompelde Valentin, als sprak hij in zich zeiven, „dat is hunne geliefkoosde tactiek; zij houden er veel van hunne vijanden te overrompelen, passen wij vooral op de boot."

Op dit oogenblik zag men door den mist heen, eene zwarte massa die langzaam scheen te naderen en zonder merkbaar geluid over de rivier gleed.

„Daar zijn zij!" zeide Valentin zacht, «geef acht, wij moeten hen niet laten ontschepen."

De jagers stelden zich in hinderlaag achter de struiken.

Valentin had zich niet vergist, er was een vlot vol krijgslieden in aantocht.

Toen de Apachen slechts weinige ellen meer van het eiland afwaren, vielen er vijf geweerschoten bijna tegelijk, die onder den landingstroep dood en schrik zaaiden.

De Apachen hadden gedacht hunne vijanden in diepen slaap te overvallen, en waren verre van op zulk eene geduchte wijze ontvangen te worden.

Toen zij zagen dat hun plan mislukt was en men zich voor den strijd gereed hield, schenen zij een oogenblik te aarzelen, maar de schaamte, of wat het ook wezen mocht, behield bij hen de overhand op de voorzichtigheid en zij stevenden voort.

Dit vlot werd namelijk door tien of twaalf anderen gevolgd, die nog in den nevel verborgen, den uitslag der verkenning, door het eerste beproefd, moesten afwachten en ingeval de jagers op hunne hoede waren, den aanval niet zouden voortzetten, maar naar den oever terugkeeren; zooals zij ook werkelijk deden.

Het eerste vlot had dezelfde orders, maar, hetzij de stroom hen

Sluiten