Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inmiddels roeiden de jagers ongehinderd voort, on zichtbaar door den dikken mist, die hen omhulde als een lijkkleed en hunne bewegingen aan het oog van den waakzaamsten vijand zou hebben onttrokken.

Zoo kwamen zij weldra aan den anderen oever en in het gezicht der kampvuren, die reeds merkelijk begonnen te verflauwen en op het punt waren van uit te gaan, maar toch nog licht genoeg gaven om te kunnen zien dat hunne vijanden allen op den grond in slaap lagen.

Op aanwijzing van de Zonnestraal, stuurde de Arends-Yeer de prauw een weinig rechts af, naar eene groote rotsmassa, die omtrent dertig voet hoog boven de rivier uitstak, en achter welke zij een welgelegen punt aantroffen om in veiligheid te ontschepen.

Zoodra zij aan land waren gestapt, formeerden de jagers de Indiaansche linie, dat is een voor een achter elkander, en trokken het kamp in, met het geweer in de hand, met open ooren en oogen, sluipend en aarzelend en van tijd tot tijd stil staande, om te luisteren naar het minste verdachte geluid of geritsel.

Toen alles in diepe rust bleek te zijn, hervatten zij hun hachelijken tocht, schier rakelings langs de tenten en nu en dan over de slapenden heenstappende, die in allerlei houdingen rondom de vuren lagen en die de minste mistred kon doen ontwaken.

Men kan zich onmogelijk een juist denkbeeld vormen van de spanning aan zulk een tocht verbonden, als men dien niet zelf medegemaakt heeft.

De stoutste man met de sterkste ziel en de krachtigste zenuwen begaafd, zou zulke gewaarwordingen en angsten geen half uur achtereen volhouden.

Met beklemde borst, verwilderden blik, sidderende leden en koortsachtig bewogen zenuwen, trokken de jagers midden door hunne woeste vijanden heen, van te voren wetende dat zij, in geval van ontdekking, verloren waren en onder de vreeselijkste martelingen zouden moeten sterven.

Toen zij bijna het andere einde van het kamp hadden bereikt, verroerde zich eensklaps een Indiaan die dwars over het pad lag; hij richtte zich op de knieën en greep werktuigelijk naar zijne lans.

Een enkele schreeuw, en het was met de vluchtelingen gedaan geweest!

Curumilla ging, gevolgd door de anderen, recht op den Indiaan af, die met verbazing staarde naar deze spookachtige lijkstatie, daar hij niets van begreep en die met zulke lichte stappen voorttrok, dat zij langs den grond scheen te zweven zonder dien aan te raken.

De verschrikte Apache, volgens den aard zijner bijgeloovige denkbeelden, schreef de verschijning aan hoogere machten toe, kruiste de armen op de borst en boog zwijgend het hoofd.

De troep ging dicht langs hem heen en trok ongestoord verder.

De Indiaan sprak geen woord en verroerde zich niet; maar nauwelijks waren de vluchtelingen achter de eerste verhevenheid van den grond verdwenen, of hij waagde het de oogen op te slaan.

Sluiten