Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, te meer daar wij geen haast hebben; over een uurtje op zijn langst zijn wij er."

„God zij geloofd voor zijne genadige bescherming!" zei de jongman, terwijl een traan van oprechte dankbaarheid in zijne oogen blonk.

De kleine troep vervolgde stapvoets den tocht in de vermoedelijke richting van het dorp.

XVIII.

LIEFDE.

Een uur later kwamen de jagers op den top van een heuvel, en zagen zij op ongeveer een mijl afstands een groot Indiaansch dorp liggen, voor hetwelk drie honderd krijgslieden in slagorde geschaard stonden.

Bij het gezicht der blanken, stoven de ruiters voorwaarts, lieten hunne paarden huppelen en springen en schoten hunne geweren in de lucht af, onder daverende oorlogskreten en het zwaaien der bisonsmantels, kortom, de gewone teekenen van een vriendelijke welkomst op Indiaansche wijs.

Valentin gaf zijn kameraden een wenk om dit voorbeeld te volgen, en de jagers, die niets liever verlangden dan hunne bedrevenheid aan den dag te leggen, renden als een wervelwind den heuvel af, op hunne beurt schreeuwende en hunne geweren afschietende, den Roodhuiden te gemoet, die huilden van opgetogenheid over deze triomfante aankomst hunner nieuwe vrienden.

Na deze gebruikelijke welkomstgroeten en zegenwenschen, vormden de Comanchen rondom de jagers een halven cirkel en reed Pethonista naar Valentin, hem de hand toestekende met de woorden:

„Mijn blanke broeder is een aangenomen zoon van ons volk, hij is hier onder de zijnen; de Comanchen zijn gelukkig hem te zien. Hoe langer hij met allen die hij bij zich heeft onder hen vertoeft, hoe meer genoegen hij hun doen zal. Er is eene calli voor mijn broeder, en eene andere voor de Witte-Lelie der vallei gereed gemaakt; en een derde voor zijne overige vrienden. Wij hebben vele bisons gedood, mijn broeder zal die met ons opeten. Als onze broeder ons weder verlaat, zullen onze harten zwellen van droefenis. Dat mijn broeder dus bij zijne vrienden de Comanchen zoo lang blijve als mogelijk is en hij zal hen gelukkig maken."

Valentin, die de gewoonten der Indianen goed kende, beantwoordde deze rede met de meeste hoffelijkheid, en terwijl de beide troepen zich thans aaneensloten, deden zij gezamenlijk hun intocht in het dorp, onder het geklank der chichikoués en andere Indiaansche instrumenten, vermengd met het gejuich der vrouwen en kinderen en het

Sluiten