Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigen tijd zonder dat zij het wist eene groote omkeering in hare ziel plaats gehad en thans begon zij iets te begrijpen van die hoogere verwantschap die twee harten, hoezeer door rang of geboorte gescheiden, onder gelijke omstandigheden doet samenstemmen in de zoetste harmonie van denken, lijden en genieten. In één woord, zij beminde den jongen Squatter.

„Wat wilt gij Shaw?" vroeg zij luchthartig.

„Ik kwam u zeggen, Senorita," antwoordde hij met eene haperende maar toch zachte en teerhartige stem, „wat er ook gebeuren mag, zoo gij ooit iemand noodig hebt die zich voor u moet laten dooden, behoeft gij niet verlegen te zijn, of verder te zoeken, zoolang ik hier ben, zal ik het zijn."

„Ik dank u wel," antwoordde zij, met een onwillekeurigen glimlach over dit ridderlijk aanbod, en vooral over de koddige wijze waarop het haar gedaan werd, „maar, lieve vriend, wij hebben hier niets te vreezen."

„Misschien!" antwoordde hij, „niemand weet wat er morgen gebeuren kan."

De vrouwen, wat men er van zeggen mag hebben bijzonder goed slag om allerlei wilde dieren te temmen. Zooals meestal bij gevoelige en zenuwachtige wezens, schijnt de hartstocht haar meer in het hoofd dan in het hart te huisvesten.

Liefde ontstaat bij de vrouw soms uit ijdelheid of gekrenkte hoogmoed, of uit strijdlust om opkomende zwarigheden te overwinnen; al is de vrouw zwak, wil zij altijd gaarne zegevieren, en vooral, in het begin streelt het haar te kunnen heerschen over het sterkere geslacht, om misschien later te dieper de slavin te worden van den man dien zij bemint, zoodra zij hem maar eens hare macht getoond en hem aan hare voeten heeft gezien.

Onder de vele tegenstrijdigheden die deze wereld oplevert is ook deze, dat eene vrouw vaak den man zal beminnen die in het een of ander opzicht hare ijdelbeid weet te vleien. Althans zoo gaat het in Mexico en inzonderheid in de Aruerikaansche wildernis. Ik wil volstrekt niet beweren, dat dit met onze beminnelijke Europeesche vrouwen het geval is, verre van daar; voor zoover ik deze heb leeren kennen, zou ik ze liefst bij engelen willen vergelijken, die van zulke dwaasheden en ondeugden niets weten willen, en onze lage aarde niet verder aanraken dan met de uiterste punt hunner rozekleurige wieken.

DonaClarawas een Mexicaansch meisje; hare geïsoleerde positie te midden der Indianen, de gevaren aan welke zij was blootgesteld, de akelige verveling die haar geest ondermijnde, al deze oorzaken te zamen moesten haar stemmen ten gunste van den jongen wildeman, wiens edel karakter ondanks zijne ruwe vormen haar beviel, en wiens vurige hartstocht zij met echt vrouwelijke scherpzinnigheid terstond bad geraden.

Zij had hem eenmaal antwoord gegeven en dus aangemoedigd om te spreken.

Sluiten