Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wacht bij het heilige vuur werd aan uitgelezen krijgslieden toevertrouwd.

Dit vuur werd bewaard in een onderaardsch gewelf en in een koper bekken, op een klein altaar geplaatst, waar het voortdurend onder een dikke laag asch smeult.

Montecuhzoma had tegelijkertijd voorspeld dat hij zou terugkomen met zijn vader, de Zon; daarom beklimmen nog vele Indianen met het eerste aanbreken van den dageraad de daken hunner huizen of hutten, in de hoop van hun geliefden vorst tegelijk met de zon te zien opkomen.

De arme Roodhuiden, die nog altijd in hun hart de hoop koesteren op eene toekomstige wedergeboorte van hun oude Mexico, houden zich vast overtuigd dat dit stellig gebeuren zal, tenzij door eene onvoorziene oorzaak het heilige vuur mocht uitgaan.

Nauwelijks vijftig jaar nog geleden, werden de bij het vuur geplaatste wachten slechts om de twee dagen afgelost. Dus moesten zij acht en veertig uren achtereen doorbrengen zonder eten, drinken of slapen.

Niet zelden gebeurde het dat men deze ongelukkigen in de benauwde en enge ruimte, waar zij zich zoo lang moesten ophouden, door het gas verstikt of door te lang vasten uitgeput, als de slachtoffers van hun godsdienstig martelaarschap dood vond.

Alsdan, zoo zeggen de Indianen, bracht men hunne lijken naar zekere grot, waar zij door eene monsterachtige slang werden verslonden.

Thans begint dit laatste geloofspunt in 't verval te geraken, ofschoon men nog in bijna alle Indiaansche dorpen het vuur van Montecuhzoma brandt; de oude gebruiken worden echter niet meer zoo streng waargenomen, zoodat de monsterachtige slang thans zal moeten zorgen dat zij op eene andere wijs haar voedsel vindt.

Ik heb te Paso del Norte een rijken haciendero van Indiaansche afkomst gekend, die, ofschoon hij er niet openlijk voor uitkwam en zelfs zeer nieuwe denkbeelden en geloofsbegrippen voorstond, toch het vuur van Montecuhzoma onderhield en er met groote kosten een onderaardsch gewelf voor had laten bouwen.

De Comanchen zijn in een groot aantal kleine stammen verdeeld, die allen onder de bevelen staan van een afzonderlijk opperhoofd.

Wanneer dat opperhoofd oud of zwakkelijk wordt, geeft hij aan een zijner zonen, die zich het meest door dapperheid heeft onderscheiden, het militair gezag over en behoudt alleen het burgerlijk bestuur aan zich. Eerst later, bij den dood zijns vaders, komt de zoon tot de volkomen oppermacht.

Wij hebben reeds gezegd dat er voor de blanken in Amerika geen geducbter vijanden bestaan dan de Comanchen, die zich den titel geven van Koningen der prairiën en al de overige Indianen als hunne afhangelingen of schatplichtigen beschouwen.

De Comanchen, zooals wij mede reeds meermalen gezegd hebben,

Sluiten