Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Zwarte-Kat had zich aan het hoofd van zijn troep gesteld, en werd gevolgd door de vrijbuiters te paard.

Dit was de bende die naar het dorp der Comanchen trok en het opperhoofd liet terstond de Indiaansche linie formeeren, een voor een achter elkander, een pas die den Indianen bijzonder eigen is, maar voor paarden in den draf niet gemakkelijk gaat.

De marsch leverde niets merkwaardigs op.

De Indianen volgden omtrent denzelfden weg dien Valentin en zijne metgezellen gekozen hadden.

Zij namen de grootste stilte en de meeste voorzichtigheid in acht; men zou gezegd hebben dat de Apachen vreesden zelfs door de vogelen des hemels gehoord te worden.

Met eene behendigheid waartoe alleen de Indianen in staat zijn, marcheerden de voetgangers allen in hetzelfde spoor dat de voorste man had nagelaten, zoo juist dat men niet anders zou gedacht hebben of er was slechts een enkel man doorgegaan. Zij dreven daarbij hunne oplettendheid zoo ver, dat zij bukten om de takken der boomen niet te beschadigen en ter zijde gingen, om de struiken te vermijden, ten einde geen blaadje te schenden; zij kozen zooveel mogelijk vaste of steenachtige gronden om geene zichtbare afdruksels in het zand achter te laten, en maakten dikwijls een grooten omweg of keerden tienmaal naar het zelfde punt terug, om hun spoor zoodanig te verwikkelen en te doen kruisen, dat men het onmogelijk kon herkennen.

Kwamen zij aan eene rivier of beek, dan trokken zij die niet in een rechte lijn over, maar zwommen of doorwaadden den stroom een groot eind op- of afwaarts, niet eer weder aan land gaande, voor dat zij een grond bereikten, die vast genoeg was om hunne voetstappen onzichtbaar te laten.

Dit alles deden zij met voorbeeldeloos geduld, zonder daarom hun loop aanmerkelijk te vertragen of hun doel uit het oog te verliezen.

Zoo bereikten zij omstreeks vijf ure na den middag den top van een heuvel, van welken men op een halve mijl afstand het zomerdorp der Comanchen kon zien.

Het geluid der feestzangen, frommels en chichikoué's drong nu en dan den Apachen in de ooren, waardoor zij terstond wisten dat hunne vijanden het een of ander feest vierden en zich aan de vreugde overgaven, zonder aan eene overrompeling te denken.

De Indianen maakten dus halt, en hielden raad om hunne laatste maatregelen te beramen.

De Comanchen hebben twee soorten van dorpen, namelijk zomer- en winterdorpen.

De winterdorpen worden met zorg en met zekere regelmatigheid aangelegd; de huizen hebben gewoonlijk twee verdiepingen, zijn weliDgericbt en licht, ja zelfs elegant gebouwd.

Maar de Comanchen zijn, als roofvogels, op hunne beurt gedurig blootgesteld aan dezelfde invallen waarmede zij anderen onop-

Sluiten