Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houdelijk bedreigen; zij bouwen derhalve hunne dorpen, als de arenden hun nest, op de steilste rotsen en stellen al het mogelijke in het werk om ze onwinbaar of ontoegankelijk te maken.

Het zonderlingste dorp van die soort dat wij gezien hebben w-as gevormd door twee hooge pyramiden, in de gedaante van téocali's, aan weerszijden van een diepe kloof en op aanzienlijke hoogte saamverbonden door een hangende brug,

De hier bedoelde pyramiden zijn ongeveer 425 voeten lang bij 148 voet breed; naarmate men hooger komt vermindert de breedte; de geheele hoogte bedraagt omtrent 8ö voet.

Deze twee pyramiden hebben ieder acht verdiepingen boven elkander en bevatten ongeveer vijfhonderd inwoners, die binnen deze buitengewone vesting in staat zijn zich tegen een onbepaald aantal vijanden te verdedigen.

In de winterdorpen der Comanchen is de deur niet, zoo als bij de Europeanen, gelijkvloers geplaatst; de Comanch, wanneer hij zijn huis wil binnengaan, gebruikt daartoe een ladder, deze zet hij tegen het huis, beklimt het dak en daalt vandaar langs een trap af naar het inwendige der benedenverdieping; als deladder eenmaal is ingehaald, kan men onmogelijk in zijn huis binnendringen.

Het dorp Aronco ligt op de kruin van een steilen berg, op een vooruitspringende rotspunt, boven een afgrond van eenige honderd voeten diepte.

De bewoners kunnen er niet anders inkomen dan door verscheidene ladders boven elkander te plaatsen, even als dit, ik weet niet meer in welk dorp in Zwitserland gedaan wordt. Zoodra het oorlog is, verdwijnen de ladders en dan gaan zelfs de inwoners niet anders dan met behulp van insnijdingen in de rots op en af, om in of uit de pueblo (het dorp) te komen.

De zomerdorpen zijn slechts gebouwd om gedurende het schoone jaargetijde bewoond te worden, in tijd van vrede, of om den veldarbeid en de jacht gemakkelijk te maken; nauwelijks komen de eerste koude dagen en loopt er een gerucht van oorlog, of zij worden onmiddellijk verlaten.

Alle zomerdorpen gelijken elkander.

Het tegenwoordige was, even als de reeds vroeger door ons beschreven dorpen der Apachen, omringd door paalwerk en een breede gracht; maar deze vestingwerken, daar nooit de hand aan gehouden werd, waren in een slechten staat, de gracht was op verscheidene plaatsen geheel gevuld, en de palissaden, door de Indiaansche vrouwen uit den grond gerukt om den pot op te koken, hadden op vele punten groote openingen door welke de bestormers gereedelijk konden binnenkomen.

Het was den Apachen slechts te doen om in de vlakte af te dalen zonder door de inwoners gezien te worden, hetgeen voor een Europeesch legerkorps zeker ondoenlijk zou zijn geweest, maar dat voor

Sluiten