Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Indianen, wier geheele krijgskunst in overrompelingen en hinderlagen bestaat, volstrekt niet moeielijk was.

Zij kwamen overeen, dat de troep in drie onderdeelen zou worden gesplitst, het eerste gekommandeerd door de Zwarte-Kat, het tweede door een ander opperhoofd en het derde door den Roode-Ceder, die den heuvel al kruipende zouden afdalen, terwijl eenige mannen bij de paarden der afgestegen ruiters zouden achterblijven, om er onverwijld mede te volgen zoodra het dorp veroverd was.

Dit afgesproken zijnde, liet de Zwarte-Kat een aantal brandfakkels in gereedheid brengen. Toen alles klaar was strekten de drie detachementen zich plat op den grond uit, en de afklimming van den berg nam een begin.

Al had er zelfs een dragonder te paard in de vlakte op post gestaan, z®o zou hij toch niets bemerkt hebben van de vijfhonderd krijgslieden die op handen en knieën als slangen door het hooge gras kropen, en zelfs geen tak of blad bewogen van de struiken onder welke zij doorgingen, elkander kort op de hielen volgende en bij hun marsch de orde zoo goed in acht nemende, dat de voorsten van iedere rij steeds front maakten.

Deze afdaling duurde omtrent een uur.

Eens in de vlakte gekomen, was het moeielijkste werk gedaan; want de struiken en kreupelboschjes, hier en daar verspreid, waren hoog genoeg om hen voor ieders oog te verbergen.

"Weldra, voet voor voet veld winnende, was iedere stap van beteekenis, en na het te boven bekomen van ontelbare bezwaren en moeielijkheden, bereikten zij eindelijk de palissaden.

De eerste die er binnenkwam was de Zwarte-Kat. Hij bootste terstond het keffen van den coyote na.

Twee dergelijke geluiden beantwoordden hem, aangeheven door de aanvoerders der beide andere detachementen, die mede op het terrein waren aangekomen.

Toen zeker zijnde dat zijne vrienden hem krachtdadig zouden ondersteunen, nam hij zijn oorlogsfluit en bracht er een doordringend scherpen en knetterenden toon uit te voorschijn.

Al de Indianen kwamen nu tegelijk in beweging en als tijgers voortspringende, rukten zij onder het aanheffen van een vervaarlijken oorlogskreet het dorp in.

Van drie verschillende kanten het dorp binnengedrongen, dreven zij de verschrikte bevolking voor zich uit, die onverhoeds overvallen, huilend van angst naar alle zijden de vlucht nam.

Nauwelijks waren de Apachen in de kom van het dorp, of sommigen hunner hadden de brandfakkels reeds ontstoken en op de stroodaken der calli's geworpen; de hutten hadden dadelijk vuur gevat; de brand nam hand over hand toe en liep den Apachen als het ware vooruit, die het vuur aanwakkerden met alles wat onder hun bereik lag.

De ongelukkige Comanchen, te midden van hunne feestviering

Sluiten