Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beweging snel als een gedachte, nam hij dona Clara op en zijn kans waarnemende, sprong hij van de calli midden onder een troep Comanchen, die hem met vreugdegejuich begroetten.

Zonder een oogenblik tijd te verliezen, legde de jager het meisje dat door den schrik bewusteloos was, op den grond neer en zich toen aan het hoofd der krijgslieden stellende, volvoerde hij tegen de op hunne beurt verraste Apachen zulk een gelukkigen aanval, dat zij genoodzaakt waren te wijken.

Don Pablo en de anderen sloten zich nu weder bij den jager aan.

„Parbleu! dat is hier heet," zei de Franschman, wiens haren en knevels reeds gezengd waren. „Dat hebben wij aan onzen vriend Roode-Ceder te danken. Ik had bepaald ongelijk toen ik hem onlangs het leven spaarde."

Inmiddels waren de Comanchen van hun schrik bekomen, de krijgslieden hadden hunne wapenen teruggevonden en gingen reeds aanvallenderwijs te werk.

Niet alleen dat de Apachen niet langer vooruit rukten, maar op sommige punten begonnen zij reeds terug te wijken, voet voor voet wel is waar, maar toch het was reeds een begin van aftocht.

De vrijbuiters waren wanhopig over de bedwelming van hun troetelkind, zij drongen zich om haar heen, poogden te vergeefs haar in het leven terug te roepen, en vergaten den strijd.

Alleen de Roode-Ceder vocht aan het hoofd der Apachen en deed wonderen van dapperheid.

De nacht was gedaald en de strijd duurde nog altijd voort, verlicht door het akelig schijnsel der vlammen.

Yalentin nam Pethonista ter zijde en fluisterde hem een paar woorden in 't oor.

„Goed!" antwoordde het opperhoofd, „mijn broeder is een groot krijgsman, hij zal mijn volk redden."

Oogenblikkelijk maakte hij zich weg en wenkte een zeker aantal der zijnen om hem te volgen.

Dona Clara had zich niet lang laten ontmoedigen. Toen het eerste oogenblik van schrik voorbij was, was zij opgestaan en had een pistool gegrepen.

„Bekommer u niet verder over mij," zeide zij tegen Valentin en haar broeder, „doet uw plicht als dappere jagers; als ik word aangevallen zal ik mij wel weten te verdedigen."

„Ik blijf bij u, ik!" riep Shaw, haar een vurigen blik toewerpende,

„Goed," antwoordde zij met een glimlach; nu heb ik geen nood."

De Comanchen hadden zich met de vrouwen en kinderen op het groote dorpsplein verschanst, waar de vlammen hen niet konden bereiken.

Overigens hadden de ellendige calli's niet lang werk om te verbranden. Het vuur, bij gebrek aan brandstof, begon reeds te verflauwen en weldra vocht men niet meer dan op een hoop asch.

Sluiten