Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Valentin, met zijne kameraden steeds in de voorste gelederen der bondgenooten, bepaalde zich bij het behoud der stelling die

te dringen Zi^nen had in8enomeD> zonder de Apachen verder terug

Plotseling vermengde zich de oorlogskreet der Comanchen met een luid hoerah! m den rug der Apachen, die dus van achteren en van voren met verdubbelde woede werden aangegrepen.

„De Bloed-Zoon! de Bloed-Zoon!" krijschten de Apachen, schier uitzinnig van schrik.

Werkelijk was het de onbekende, die gevolgd door don Miguel den generaal Ibanez, den Eenhoorn en al zijne onderhebbenden als een wervelwind op de Apachen instormde.

Valentin hief een vroolijk gejuich aan, tot antwoord op het hoerah zijner vrienden, en rukte aan het hoofd zijner krijgslieden met den stormpas vooruit.

Toen bereikte het slaggewoel een vervaarlijke hoogte; het was geen gevecht meer, het was eene slachting, een gruwzaam bloedbad.

XXI.

DE WREKER.

Tot recht verstand der feiten die later volgen zullen, zijn wii verplicht hier eene gebeurtenis te vermelden die ongeveer twintig jaar voor den aanvang van ons verhaal had plaats gehad.

In dien lang verleden tijd waartoe ons tegenwoordig tusschenverhaal opklimt, behoorde Texas nog, zoo niet inderdaad dan toch rechtens aan Mexico.

Allergelukkigst gelegen in het hart der Mexicaansche Golf, onder een gematigde luchtstreek en in het bezit van een vruchtbaren bodem, geschikt om alles voort te brengen, is Texas ongetwijfeld een der rijkste gewesten der Nieuwe Wereld.

ok deed de regeering, als zag zij de toekomst van deze schoone provincie vooruit, al het mogelijke om haar te doen bloeien, doch daar zij onge ukkigerwrjs reeds niet bij machte was om Mexico zelve e bevolken, kon zij haar doel slechts zeer onvolkomen bereiken.

lntusschen hadden er zich van tijd tot tijd een groot aantal Mexicanen gevestigd.

Onder zoo velen als zich door de betooverende beloften van ezen nieuwen en onuitputtelijken bodem lieten verleiden waren twee broeders, met name don Stefano en don Pacheco de Irala, behoorende tot een der aanzienlijkste geslachten uit de provincie JJuevo-Leon. Het werkzaam aandeel door hen in den oorlog voor de onafhankelijkheid genomen, had hen schier tot den bedelstaf gebracht, en daar zij na het zegevieren hunner zaak, bij de

Sluiten