Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wie? zeg mij Wie? Broeder, spreek! in 's hemels

naam spreek!"

De gewonde deed eene laatste poging.

„Er was nog iemand, een gewezen peon van ons."

„Zijn naam?" riep don Stefano met hijgende stem.

Don Pacheco verzwakte merkbaar, zijn gelaat had reeds een lijkkleur aangenomen, zijne oogen blikten niet meer.

„Ik herinner mij niets meer," murmelde hij nauwelijks hoorbaar.

„Een woord, een enkel woord maar, broeder."

„Ja, wacht Het was Sand Ach!"

Hij viel op eens achterover met een akeligen schreeuw, greep zijn broeder wild bij den arm, lag eene poos in zijn laatste stuip en toen was alles gedaan.

Don Pacheco was dood.

Don Stefano knielde bij het lijk zyns broeders neder, omhelsde het, nam het in zijne armen, drukte het een kus op de lippen, sloot het broederlijk de oogen toe en stond op.

Met zijne manchete dolf hij tusschen de puinhoopen der haciënda een kuil, legde het lijk van don Pacheco er in en vulde het graf.

Na het volbrengen van dezen heiligen plicht, knielde hij op het graf en bad als een goed katholiek voor de ziel van hem die voor God zou verschijnen.

Daarop strekte hij zijn arm over het graf uit.

„Rust in vrede, broeder!" sprak hij met eene sterke, diepgeroerde stem: „rust in vrede, ik beloof u een schitterende wraak!"

Don Stefano ging den heuvel af, zocht zijn paard op, dat den nacht met grazen en knabbelen aan de jonge takjes der boomen had doorgebracht, sprong in den zadel en vertrok in galop, na een een laatsten terugblik op de puinhoopen onder welke al zijn aardsche geluk begraven lag.

In Texas althans, heeft men van Stefano nooit meer hooren spreken.

Wat was er van hem geworden? Was hij ook dood, zonder de wraak te vervullen die hij zoo duur bezworen had?

Niemand wist het te zeggen.

De Amerikanen waren sedert dien noodlottigen nacht almede spoorloos verdwenen.

In deze nieuwe landstreken leeft men niet lang, en is men spoedig vergeten : het leven verloopt er zoo snel, zoo onstuimig en zoo vol afwisselende tooneelen, dat de gebeurtenissen van den volgenden dag die van den vorigen vaak voor altijd doen verdwijnen.

Weldra was er in het geheugen der inwoners van Texas van dit treffend ongeluk geen spoor meer overgebleven.

Alleen kwam er jaarlijks op den heuvel, waar de haciënda gegestaan en de welige wasdom van dit land de puinhoopen geheel overgroeid had, een man te paard op de verlaten ruïnen, die er den ganschen nacht met het gelaat in de beide handen verborgen bleef zitten.

Wat deed die man daar? — Vanwaar kwam hij ? — Wie was hij?

Sluiten