Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ongelukkige vader had sedert hij in het dorp was gekomen, zich met niets anders beziggehouden dan met het zoeken naar dona Clara.

Gevolgd door den generaal, was hij door het dichtste gewoel van den strijd heengedrongen en had aan ieder dien hij ontmoette naar zijne dochter gevraagd; dreigden hem wapenen, hij duwde ze weg met zijne armen en bekreunde zich niet om het doodsgevaar, dat hem onder allerlei gedaanten aangrimde. Als dooreen onzichtbare macht beschermd, had hij het gansche dorp rondgeloopen, en was in iedere hut die de brand gespaard had, binnengedrongen, zonder naar iets te zien of te hooren, of een ander doel te kennen dan dit eene, het terugvinden van zijn dierbaar kind.

Helaas! al zijne nasporingen waren te vergeefs.

Dona Clara was verdwenen.

Sedert dat Valentin haar aan Shaw had toevertrouwd, wist niemand te zeggen wat er van hem of haar geworden was.

De haciendero viel zijn vriend in de armen en barstte los in hartverscheurend gejammer.

„Mijne dochter!" kermde hij. „Valentin! geef mij mijne dochter terug 1"

De trouwe jager klemde den ongelukkigen vader aan zijne eerlijke borst.

„Houd moed, arme vader!" zeide hij, „houd moed!"

Doch de haciendero hoorde hem niet meer, de smart had hem eindelijk overwonnen.

Hij zonk bewusteloos neêr.

„O!" riep Valentin, „Roode-Ceder! adderengebroedsel! zal de dag dan nooit komen, dat ik u onder mijne voeten kan verpletteren ?"

Door den generaal en don Pablo geholpen bracht hij don Miguel naar de heilige tooverhut, die door het vuur was gespaard, en legde hem daar op een bed van droge bladeren neder.

XXIV.

DE SCALPDANS.

De strij d was geëindigd en de Comanchen hielden zich ij verig bezig om de schade te herstellen die de aanval der Apachen veroorzaakt had.

Hoe aanzienlijk hunne verliezen ook zijn mochten, waren deze niet zoo groot als men had kunnen denken, daar zij, wegens het vergevorderde jaargetijde, den ingewonnen oogst en de overige goederen van waarde meerendeels reeds naar hun winterdorp hadden overgebracht.

Wij moeten hier andermaal doen opmerken, dat de Indianen van het verre Westen, in het algemeen, gedurende den zomer, dorpen betrekken die aan de oevers der rivieren of op geschikte punten in het jachtveld zijn gebouwd; zoodra echter de koude

Sluiten