Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-zich doet gevoelen, keeren zij naar de ondoordringbare wouden terng, en daar, in het dichtste geboomte of op ontoegankelijke rotspunten, betrekken zij hunne zoogenaamde winterdorpen.

Deze omstandigheid redde gelukkig het grootste gedeelte van de bezittingen der Comanchen.

Aan den anderen kant, waren de Apachen met zooveel overhaasting te werk gegaan, en was de verdediging zoo snel georganiseerd en zoo hardnekkig geweest, dat zij geen tijd hadden gehad om te plunderen.

Wel is waar waren de callis meest allen in de asch gelegd, maar deze schade was niet zoo groot of zij kon binnen weinige dagen weder worden hersteld.

Erger was voor de Comanchen het verlies van bijna dertig krijgslieden, die in den strijd voor hunne haardsteden moedig waren gevallen. Ook waren er een aantal vrouwen en kinderen vermoord; maar de Apachen hadden veel grooter verliezen geleden; zonder de meer dan tachtig krijgslieden te rekenen, die vooral gedurende hunnen aftocht waren gedood, was de Zwarte-Kat met nog zes andere Apachen in de macht zijner vijanden geraakt.

Een vreeselijk lot wachtte hun.

„Wat denkt mijn broeder met zijne gevangenen te doen?" vroeg de Eenhoorn aan Valentin, die eenige vrijbuiters in handen had.

„Laat mijn broeder zich over hen niet bekommeren," zei Valentin, „het zijn blanken, daar wil ik over beschikken naar mijn eigen goedvinden."

„Het zal zijn gelijk mijn broeder verlangt," zei de Eenhoorn.

„Dank u, hoofdman; alleen zou ik gaarne zien dat gij mij, zoo het mogelijk was, een of twee krijgslieden toevoegdet om hen te bewaken."

„Dat is onnoodig," viel Sandoval hem in de rede; „ik geef u mijn woord van eer, zoo voor mijne kamaraden als voor mij zeiven, dat ik in de eerste vier en twintig uren niet zal pogen te ontvluchten."

Valentin keek hem aan met een blik alsof hij zijne geheimste gedachten wilde doorgronden.

,,'tIsgoed,"zeide hij hetvolgende oogenblik,„ikneemuwwoordaan."

„Zult gij dat arme kind zonder hulp laten?" vroeg Sandoval.

„Bemint gij haar?''

„Als mijne dochter, anders zoudt gij mij immers niet hebben gevangen ?"

„Zeer goed, ik zal haar zien te redden; maar misschien zou het voor haar beter zijn dat zij thans stierf."

„Misschien," antwoordde de oude roover, het hoofd schuddend en als sprak hij in zich zeiven.

„Zal mijn broeder den scalpdans niet bijwonen, die over eenige oogenblikken begint?" vroeg de Eenhoorn aan Valentin.

„Ik zal hem bijwonen," antwoordde de jager, die, ofschoon hij op

Sluiten