Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrouwen vormden weldra een halven kring; de muzikanten, ter rechterzijde geplaatst, begonnen met oorverdoovend geweld uit al hunne macht de trommen te slaan en bezongen daarbij hunne heldenfeiten, onder het klateren der chichikoués.

Toen begonnen de vrouwen te dansen, eerst met kleine stapjes links en rechts balanceerende; zoo bewogen de beide uiterste einden van den halven kring zich beurtelings voor- en achterwaarts; de danseressen zongen luidkeels met gillende stemmen en maakten een vreeselijk concert, dat zich niet beter laat vergelijken, dan bij het woedend miauwen van eene menigte katten.

De in den strijd gevangen Apachen, ieder aan zijn paal gebonden, maakten het midden uit van al deze bewegingen. Telkens wanneer de dansende rij hen genaderd was, spogen de vrouwen hun in 't aangezicht en scholden hen uit voor lafaards, hazen en honden zonder hart.

De Apachen glimlachten om deze beleedigingen en beantwoordden haar slechts met het optellen hunner heldendaden, de verliezen die zij de Comanchen hadden toegebracht en het aantal krijgslieden die zij van hen gedood hadden.

Toen de dans omtrent een uur geduurd had, waren de vrouwen zoo vermoeid dat zij moesten uitrusten.

Op hunne beurt traden nu de mannen voorwaarts en plaatsten zich voor de gevangenen.

Onder laatstgenoemden was er een dien Valentin gaarne zou willen redden.

Dat was de Zwarte-Kat.

De jager besloot dus tusschenbeide te komen en bij den Eenhoorn al zijn invloed te gebruiken om het Apachen-hoofd in het leven te behouden.

De jager ontveinsde zich geenszins de moeielijkheden van zulk eene onderneming, bij lieden in wier oog de wraak een heilige plicht is, en die hij dus vreezen moest zich tot vijanden te zullen maken; doch er bestonden bij hem overwegende redeaen om zoo te handelen, hij koos derhalve partij om de kans te wagen.

Zonder aarzelen trad bij voorwaarts en naderde den Eenhoorn, terwijl deze bezig was de doodstraf der gevangenen voor te bereiden en stiet hem zacht aan den arm.

„Mijn broeder is de eerste Sachem der Comanchen," zeide hij.

De Sachem maakte eene buiging maar antwoordde niet.

„Zijne calli," vervolgde Valentin met eene vleiende stem, „zijne calli verdwijnt schier onder de menigte haarschedels, zoo velen zijn de vijanden die hij verslagen beeft; mijn broeder is vreeselijk in den strijd, als de bliksem des hemels."

De Indiaan staarde den jager aan met een trotschen glimlach.

„Wat verlangt mijn broeder?" vroeg hij.

„De Eenhoorn," vervolgde Valentin, „is niet minder wijs in

Sluiten