Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling in het gereutel des doods overging, terwijl hij machteloos ineenzakte, met den uitroep:

„Ik heb u wel gezegd dat gij uwe gevangenen niet kunt pijnigen; gij zijthonden, hazen, dieven!"

De Comanchen verdubbelden thans hunne woede en brachten hunne slachtoffers zulke diepe wonden toe, dat allen spoedig waren afgemaakt en dit gruwzame spel nog een tijdlang op de lijken werd voortgezet, tot er van de ongelukkige gevangenen niets meer overbleef dan eene afzichtelijke massa vleesch en been.

Toen eerst, werden de slachtoffers gescalpeerd en eindelijk op den brandstapel geworpen, die reeds voor hen gereed stond.

De Comanchen hervatten nu den dans rondom het vuur en zetten dien zoolang voort tot hun de krachten begonnen te begeven, en zij uitgeput van vermoeienis op den grond neerzonken, ondanks de opwekkende muziek der trommen en chichikoués.

Weldra lagen allen, mannen en vrouwen, in bonte mengeling als wilde dieren door elkander, en gedompeld in den slaap der bedwelming, tengevolge van den reuk des bloeds gedurende die gruwzame slachting vergoten.

Valentin, ondanks zijn onverwinnelijken afschuw van dit walgelijk en ontzettend tooneel, had zich niet willen verwijderen, daar hij de Zwarte-Kat in zijne bescherming moest nemen, dien hij vreesde dat de Comanchen in hunne dolle razernij niet zouden sparen.

Deze voorzorg was gansch niet overbodig; werkelijk was hij meer dan eens krachtdadig tusschenbeide moeten komen, om zijn gevangene te beveiligen, en zonder deze tusschenkomst ware het Apachenhoofd ongetwijfeld het slachtoffer geworden van den haat zijner bloeddorstige vijanden.

Toen het kamp tot roerlooze stilte was wedergekeerd en allen sliepen, trad Valentin behoedzaam naar de plek waar zijn gevangene lag.

Deze zag hem naderen en staarde hem met zijne kleine grijze oogen aan, met een onbeschrijfelijken blik.

Zonder een woord te spreken, en na zich verzekerd te hebben dat niemand zijne bewegingen bespiedde, sneed hij voorzichtig al de touwen los daar de Zwarte-Kat mede gebonden was.

De Apache sprong op als een jaguar, maar viel onmiddellijk weder op den grond.

De touwen waren zoo sterk aangetrokken geweest, dat zij zijne spieren geheel verdoofd en machteloos hadden gemaakt

„Laat mijn broeder voorzichtig zijn," fluisterde de Franschman zacht, „ik wil hem redden."

Daarop nam hij zijn kalabas en goot eenige droppels in de loodblauwe lippen van den Sachem, die weldra weder tot zich zeiven kwam en zicb eindelijk kon oprichten.

Met een vragenden blik op den man die hem zoo edelmoedig en boven verwachting scheen te willen helpen, keek hij Valentin een poosje aan.

Sluiten