Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo gingen de uren snel en ongemerkt voorbij. De nacht was bijna geheel in vertrouwelijke gesprekken vervlogen en misschien zouden zij nog niet zijn gestaakt, zoo de slaap, die op jeugdige en gezonde menschen nooit zijne rechten laat varen, de bezwaarde oogen der Amerikaansche niet gesloten had.

Wat de Spaansche betreft, zij sliep niet.

Toen het hoofd van Ellen, door den slaap overmeesterd met een glimlach op haar boezem zonk, stond de Gazelle voorzichtig op en legde haar zachtjes op de bisons- en tijgervellen, die als rustbed waren gereed gemaakt; vervolgens bleef zij, bij het onzeker en flikkerend licht der pijnboomfakkel, die in het midden der hut in den grond gestoken, het vertrek slechts flauw verlichtte, de Squatters dochter met aandachtige blikken aanstaren.

Haar eigen gelaat had zijn kalm en behaaglijk masker afgelegd, om eene uitdrukking van haat aan te nemen die voor zulke schoone trekken geheel onmogelijk scheen; met gefronste wenkbrauwen, gesloten tanden en verbleekte wangen, stond zij daar voor het Amerikaansche meisje, en zou men haar voor den geest des kwaads hebben gehouden, die gereed was om zich meester te maken van het slachtoffer dat hg onder zijn doodglijken aanblik beklemd houdt.

„Ja," mompelde zij met eene doffe stem, „zij is schoon die vrouw, zij bezit alles wat noodig is om een man te boeien! Zij heeft mij wel de waarheid gezegd : Hij bemint haar! .... En ik dan," vervolgde zij in een storm van woede, „waarom bemint hij mij niet? Ik ben immers ook schoon, misschien schooner dan zij! Hoe komt het, dat hij mij meer dan twintigmaal heeft kunnen zien, zonder dat zijn hart ooit hooger klopte bij het vuur dat uit mijne oogen schitterde? Hoe komt het, dat hij mij nooit opmerkte en dat al mijne pogingen om zijne aandacht tot mij te trekken, vruchteloos bleven? Moest hij dan altijd denken aan die vrouw, die daar slaapt, die hier thans in mijne macht is en die ik, als ik wilde, zou kunnen dooden?"

Onder het uitspreken van deze woorden, had zij uit hare ceinture een kleinen dolk te voorschijn gehaald van bijzonder maaksel en zoo spits als een lancet.

„Neen!" hervatte zij na zich een poosje bedacht te hebben, ,,neen! zoo moet zij niet sterven; dan kwam zij -er al te gemakkelijk af! O, neen! ik wil haar al het lijden laten gevoelen dat ik verduren moet. Ik wil dat dezelfde jaloezie ook haar hart verscheure, die het mijne reeds zoolang gefolterd heeft! Voto a Dios! ik zal mij aan haar wreken zooals eene Spaansche dit moet! Welaan! als hij mij veracht, als hij mij niet beminnen wil, dan zal geen van ons tweeën hem hebben. Beiden zullen wij dan lijden, en haar hartzeer zal dienen om het mijne te verzachten. O! o!" riep zij terwijl zij met groote stappen rondom het slapende meisje liep, met de schokkende beweging van een wild dier, „blonde maagd, met uwe lelieblanke huid, met uwe wangen zoodra zacht en blozend als een perzik! Weldra

Sluiten