Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk, als zag zij wel dat het zoeken zonder bepaalde aanwijzing haar niet baten zou, bleef het meisje staan en bootste tweemaal het keffend gehuil der witte coyotes na van het Verre Westen.

Dit signaal, want ongetwijfeld was het er een, gelukte beter dan zij misschien verwacht had.

Twee seinen van dezelfde soort, en van twee verschillende kanten komende, gaven haar bijna oogenblikkelijk antwoord.

Het meisje aarzelde eene poos; er kwam een zweem van tweestrijd op haar gelaat; maar onmiddellijk herstelde zij zich, en herhaalde haar sein.

Twee mannen verschenen gelijktijdig van tegenovergestelde kanten.

De eene, die als uit den grond scheen op te rijzen, was de Roode-Ceder, de andere was Pedro Sandoval.

„Den hemel zij dank!" riep de laatste, terwijl hij haar hartelijk de beide handen drukte, „zijt gij gered, Nina, dan vrees ik niets meer! Canario.' gij moogt wel zeggen dat ik erg over u in den angst heb gezeten!"

„Hier ben ik," riep de Roode-Ceder, „kan ik u van eenigen dienst zijn? Wij leggen hier geen tien stappen vandaan met twee honderd Apachen: gij hebt maar te spreken, wat moet ik doen?

„Voor dit oogenblik niets," antwoordde de Gazelle, hare beide vrienden de hand drukkende. „Na onze kwalijk geslaagde onderneming van gisterenavond zou iedere poging voorbarig en nutteloos zijn. Met het krieken van den dag, zooals ik heb hooren zeggen, gaan de Comanchen op marsch om uw spoor te zoeken. Zorg dus, dat gij hun troep niet uit het oog verliest; het is mogelijk, dat ik onderweg uwe hulp noodig zal hebben, maar hier moet gij u niet laten zien; ga met de meeste voorzichtigheid te werk, draag bovenal zorg dat uwe bewegingen voor uwe vijanden verborgen blijven."

„Hebt gij mij niets anders aan te bevelen?"

„Niets; verwijder u dus, de Indianen zullen spoedig wakker worden; het zou voor u niet goed zijn als zij u overvielen."

„Ik gehoorzaam."

„Doe vooral wat ik u gezegd heb."

„Dat is afgesproken," zei de Roode-Ceder.

Hij sloop de duisternis in en verdween tusschen de hutten.

Curumilla was een oogenblik bedacht hem te volgen en hem van kant te maken; maar, na eene korte aarzeling, liet hij hem ontsnappen.

„Nu gij," vervolgde de Gazelle tegen Sandoval, „ik heb u een dienst te verzoeken."

„Een dienst te verzoeken, Nina! zeg liever iets te bevelen; gvj weet immers hoe gelukkig ik ben als ik u in alles kan believen."

„Dat weetik en ik ben er u dankbaar voor, Pedro; maar voor dezen keer is hetgeen ik u verzoeken wil van zooveel gewicht en zulk eene ernstige zaak, dat ik u bijna niet zeggen durf wat ik eigenlijk van u verlang."

Sluiten