Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Spreek zonder vrees, kindlief, wat het ook is, ik zweer u dat ik het doen zal."

„En als het leven van een mensch er eens mede gemoeid was?" vroeg zij met een blik zoo helder en vast als van een wild dier.

„Zooveel te erger voor hem dien het geldt, ik dood hem."

„Zonder aarzelen?"

„Zonder aarzelen! Heeft er iemand u beleedigd, kindlief? Zeg mij dan maar wie het is en gij zijt spoedig gewroken."

„Wat ik u vraag is erger dan een man te dooden."

„Ik begrijp u niet."

„Ik wil..., gij verstaat mij immers, mijn goede Pedro? Ik wil, zeg ik, dat wij onderweg zullen ontsnappen."

„Als het anders niet is, dat is gemakkelijk genoeg."

„Misschien! maar dat is alles niet."

„Ik luister."

„Terwijl wij ontsnappen, moet gij tegelijk met ons het meisje wegvoeren daar gij mij gisteravond aan hebt toevertrouwd."

„Wat drommel wilt gij met haar beginnen ?" riep de roover, verslagen over dit zonderling verzoek, dat hij in 't minst niet verwachtte.

„Dat gaat mij aan," antwoordde de Gazelle vinnig.

„Natuurlijk; maar toch, mij dunkt...."

„Ter zake dan, en waarom zou ik het u niet zeggen? Bestaat er niet, zoo ik hoor, in een land, heel ver hier vandaan, een wild en woest volk dat men de Sioux noemt?"

„Ja, en dat is heel slecht volk, verzeker ik u, Nina; maar ik begrijp niet recht hoe dat hier te pas komt...

„Dat zult gij hooren," viel zij hem driftig in de rede, „ik wil dat de vrouw die gij morgen oplicht, als slavin aan de Sioux worde overgeleverd."

Dit voorstel was inderdaad zoo monsterachtig, dat Sandoval zich niet weerhouden kon om de Gazelle met een blik van stomme verbazing aan te staren.

„Hebt gij mij niet verstaan?" vervolgde zij.

„Jawel," hernam de roover, „maar ik zou haar nog liever dooden. Dat is spoediger gedaan en het arme kind zal er minder door lijden."

„Ha? beklaagt gij haar?" riep zij met een duivelschen lach; „het lot dat ik haar heb toegedacht moet dan wel verschrikkelijk zijn! Welnu, dat is juist wat ik verlang, zij moet lang leven en lang lijden."

„Die vrouw moet u dan zeker grievend beleedigd hebben?"

„Erger dan ik zeggen kan."

„Denk na over de vreeselijke straf die gij haar oplegt."

„Ik heb over alles nagedacht," hernam de Gazelle met eene snerpende stem, „ik wil het!"

De vrijbuiter boog zwijgend het hoofd.

„Zult gij gehoorzamen?" zeide zij.

„Ik zal wel moeten," pruttelde hij; ben ik niet uw slaaf?"

Zij glimlachte trotsch.

Sluiten