Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder genade alles, man, vrouw of kind, neerstootend en verpletterend wat hem den doortocht scheen te beletten.

Als een levende stormram, vorderde hij voet voor voet over stapels lijken, onophoudelijk de moordbijl neerbeukend en bloedig opheffend.

Hij had slechts ééne gedachte, dona Clara te redden of met haar te sterven!

Te vergeefs drongen de Apachen van alle kanten om hem heen; zij vielen voor zijne slagen als rijpe halmen voor den sikkel des maaiers, en als het jonge geboomte voor de overbiddelijke houthakkersbijl; met dien hardvochtigen saterlach op de lippen, de zenuwachtige stuiptrekking, die den mensch aangrijpt in het hoogste toppunt van razernij of waanzin, vervolgde hij zijn weg.

Werkelijk was Shaw in dit uiterste oogenblik geen mensch meer, maar een demon.

In blinde woede voortschrijdend over de lillende lijken die onder zijne vreeselijke bijslagen vielen, met het bevende meisje op zijn schouder voor wier behoud hij kampte, streed en streefde hij steeds voort, zonder stil te staan bij zijne moeitevolle taak, maar vast besloten om zich, het kostte wat het wilde een doortocht te banen door den levenden menschen wal,dien hij gedurig opnieuw voor zich zag oprijzen.

Shaw was een man van beproefden moed, sedert lang aan de moorddadige gevechten met de Roodhuiden gewoon. Maar zoo alleen, en met zulk eene verantwoording in dezen nacht, in het bloedroode schijnsel van het brandende dorp, door onverzoenlijke vijanden omsloten als door een noodlottigen tooverkring, voelde hij ondanks zijn moed, de vrees hem bekruipen! Hij haalde moeielijk adem, zijne tanden klapperden, een koud zweet bedekte zijn lichaam, hij was op het punt van te bezwijken.

Maar vallen was sterven.

Hij zou onmiddellijk verpletterd zijn door den overbiddelijken drom der Apachen, die aan alle zijden hem bestormden.

Zijne moedeloosheid duurde echter slechts een ondenkbaar oogenblik. De jongman, opnieuw ondersteund door de hoop, dat plechtanker des behouds voor iedere wankelende menschenziel, en laten wij het maar zeggen, door zijne liefdevoor dona Clara, was weder in staat den ongelijken strijd tot iederen prijs te vervolgen.

Vooruitspringend als een jaguar, stortte hij zich opnieuw in het slaggewoel.

Zooveel moed en volharding van een enkel man tegen een talrijke schaar vijanden, had iets onbeschrijfelijk groots en treffends.

Shaw, voor zich zei ven, was als in een verschrikkelijken droom, terwijl hij vruchteloos scheen te kampen met telkens en telkens zich vernieuwende rijen van aanvallers. Alle innerlijk gevoel van zelfstandigheid was in hem verdoofd; hij dacht niet meer; zijn leven was om zoo te zeggen geheel stoffelijk geworden, zijne bewegingen waren werktuigelijk en zijn arm hief zich op en daalde neder met de stomme regelmatigheid van een hefboom.

Sluiten