Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De monnik voltooide hun nieuws, door hun op zijne beurt te vertellen, dat ook de Arends-Veer en de twee Canadeesche jagers Harry en Dick verdwenen waren.

De woede der beide broeders kende thans geene grenzen meer.

Zij wilden onmiddellijk het kamp opbreken om de vluchtelingen na te zetten.

Fray Ambrosio en zijn waardige vriend Garote hadden ongelooflijk veel moeite om hun te doen begrijpen dat dit op niets zou uitloopen, dat de jagers een aanzienlijk eind op hen vooruit en bovendien een Indiaan tot gids hadden, die volkomen op de hoogte was van de plaatselijke gesteldheid des lands, en er al de schuilhoeken grondig van kende, zoodat het eene dwaasheid zou zijn, te veronderstellen dat de vluchtelingen niet alle voorzorg hadden gebruikt om de pogingen van ieder die hen zou willen vervolgen, te verijdelen.

Nog eene reden, sterker dan de vorige, noopte hen om op het eiland te blijven, eene reden om welke de zoons van den Squatter dringend verplicht waren te gehoorzamen: de Roode-Ceder namelijk had hun gelast, om onder geen voorwendsel, hoe ook genaamd, zich te verwijderen van de plaats die hij hun als verzamelingspunt voor zijne bende had aangewezen, daar hij anders niet wetende waar zij heen waren gegaan te veel tijd zou verliezen om haar terug te vinden.

De jongelieden moesten dus bekennen dat Fray Ambrosio gelijk had; maar om hun eigen geweten te bevredigen, stelden zij zich aan 't hoofd van eenige dappere jagers en trokken de rivier over om al het land in den omtrek te doorzoeken.

Wij behoeven niet te zeggen dat zij niets vonden.

Op eene mijl afstands ongeveer van de Rio-Gila verloren zij het spoor reeds uit het oog en konden het met geen mogelijkheid terugvinden.

Moedeloos en teleurgesteld keerden zij naar het eiland terug. Fray Ambrosio daarentegen, grinnikte van genoegen. Hij had slechts een verlangen, namelijk om de bende van dona Clara's tegenwoordigheid bevrijd te zien, die naar hij meende, zijne bewegingen belemmerde en de goudzoekers verhinderde om zoo snel te marcheeren als de omstandigheden vereischten; en ziet, in plaats van ééne vrouw, waren thans beiden verdwenen!

De waardige monnik kon zijne vreugde niet bedwingen; hij luisterde met een spotachtig gezicht, en met alledaagsche troostredenen, naar het verslag en de klachten der jonge Squatters over deze geheimzinnige vlucht; maar in zijn hart was hij verheugd.

Intusschen, daar in het ondermaansche geen volmaakt geluk bestaan kan en er op zonneschijn altijd regen volgen moet, werd de gedroomde zaligheid van Fray Ambrosio plotseling door een onvoorzien ongeval verstoord, op een oogenblik dat hij er het minst aan dacht.

Bij zijn vertrek had de Roode-Ceder, met geheimhouding van het eigenlijke doel zijner reis, zijnen kameradeo te kennen gegeven, dat hij hun hulptroepen zou toevoeren; bovendien had hij hun ver-

Sluiten