Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. Tusschen de twee detachementen plaatsten zich de vrouwen, kinderen en grijsaards, alsmede de honden voor groote horden op ro len gespannen waarop de kostbaarste gereedschappen, meubelen, dierenhuiden, enz.

De Eenhoorn, omringd door zijn staf, uit de mindere hoofden van den stam bestaande, had zijn totem in de hand en gaf, hetzij door woord of wenk zijne bevelen, die onmiddellijk werden uitgevoerd met eene vaardigheid en snelheid welke aan eene meer beschaafde natie tot eer zou hebben gestrekt.

V alen tin bevond zich ook op het plein, met zijne kameraden en zijne gevangenen.

m®'sjes'rus^ë en kalm en meteen glimlach op het gelaat, stonden naast elkander en praatten en lachten samen, terwijl Curumilla met gebogen hoofd en gefronste wenkbrauwen haar in het oog hield.

De Zoon des Bloeds met zijn troep had zich reeds in den vroegen morgen verwijderd, om op zijne beurt het dorp der Apachen te gaan overrompelen, dat op weinige mijlen afstands gelegen was.

Hoe vreemd bet ook schijnen mag, hadden de jagers en Mexicanen dezen man met innig genoegen zien vertrekken, ofschoon hij hun zulke groote diensten bewezen had.

Voorzeker zou het hun onmogelijk zijn geweest te verklaren wa^,r dat genoegen, dat allen evenzeer ondervonden, uit voortkwam.

. toch, toen hij niet langer in hun midden was, haalden zij ruimer adem, en scheen het alsof hun opeens een zwaren last van het hart was gewenteld.

Intusschen, wij herhalen het, hadden de jagers en Mexicanen alle reden om zich te verheugen over hetgeen die man voor hen gedaan had.

Vanwaar ontstond dan de onwillekeurige tegenzin dien hii hun inboezemde? do j

Het was, omdat de onbekende iets over zich had, dat op ieder die hem bij toeval ontmoette, een indruk van gemengde vrees en afschuw tegelijk teweegbracht.

Plotseling verbief zich op het plein een onverwacht rumoer, en twee

n p nen SQelden naar hun opperhoofd om hem iets te zeggen.

De Een hoorn slaakte een kreet van gramschap en veinsde de grootste lcigu rsieiiing.

„Wat is er toch gebeurd?" vroeg Valentin op een toon zoo onverschillig als hem mogelijk was.

„Onze voornaamste gevangene heeft zich met de vlucht weten te redden," riep de Eenhoorn, „zonder dat ik begrijp hoe hii daartoe middel heeft kunnen vinden.''

„Dat is een ongeluk," antwoordde Valentin, „intusschen is het misschien nog te herstellen."

„Hoe dat?"

„Wie weet?" hervatte Valentin, „misschien is hij pas even weg en is er nog tijd om hem te achterhalen; als gij eens in alle

Sluiten