Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het meisje dat daar voor ons uit rijdt, in ons vijanden gevonden hebt, die ten uwen opzichte kwalijk gezind waren?"

„Waartoe deze vraag?"

„Wees zoo goed om er eerst op te antwoorden."

|[lk kan over uw gedrag jegens mij niet anders spreken dan met den grootsten lof."

„Ik dank u. En miss Ellen, hoe is die voor u geweest?"

Allerliefst."

"Goed. Gij zult wel weten, denk ik, dat gij door uw aanval van gisteren, — een aanval die niet anders dan als eene poging tot moord en diefstal kan worden beschouwd, daar gij met de Indianen niet in oorlog waart, en, als tot het ras der blanken behoorende ons als vrienden had moeten behandelen, — het kan u niet onbekend zijn, zeg ik, dat gij u daardoor aan de wet der prairie hebt blootgesteld, •welke zegt: „oog om oog, tand om tand," is het zoo niet?"

„Waar wilt gij heen?" _

„Met uw verlof, Senorita, gij zult wel weten, niet waar? dat ik, in plaats van u met alle onderscheiding en met de uiterste zorg te behandelen, volkomen het recht zou hebben gehad om u een touw om den hals te slaan en u met uw waarden vriend, aan den eersten boom den besten op te knoopen, daar het gewis in deze schoone streek niet aan ontbreekt."

„Mijnheer 1" riep het jonge meisje zich driftig opheffende met een gezicht bleek van toorn.

„Neem mij niet kwalijk," vervolgde Yalentin bedaard : „ik spreek hier van een onbetwistbaar recht, dat gij niet kunt ontkennen; maak u dus niet driftig, maar antwoord mij rechtstreeks of gij dat recht erkent jst d&n yieen

„Welnu ja, dat recht hadt gij, mijnheer, en gij hebt het nog. Wie ■weerhoudt u? Waarom maakt gij er geen gebruik van?' voegde zij hem toe met een uitdagenden blik.

„Omdat ik het op dit oogenblik niet gepast vind," antwoordde Valentin koel en droog. .

Dit ijskoude woord deed de kokende woede in het hart der Gazelle plotseling bedaren.

Zij sloeg de oogen neer en hernam :

„Is dit alles wat gij mij te zeggen hadt?"

„Neen, Senorita, dat is nog alles niet, ik heb u nog eene laatste

vraag te doen." „

„Spreek, mijnheer, daar ik genoodzaakt ben u aan te hooren.

„Ik zal van uwe oogenblikken niet lang misbruik maken,

Senorita." ..

„O, mijnheer," antwoordde zij satiriek, „mijne oogenblikken kunnen nooit beter besteed worden dan door met u te praten, uw onderhoud is allerbekoorlijkst."

„Ik zeg u wel dank voor den goeden dunk dien gij van zoo n armen jager als ik ben wel wilt koesteren," antwoordde hij op

Sluiten