Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen, of ik heb het mis; hij heeft waarachtig een schot in zijn dij; wat duivel zullen wij nu met hem doen ?"

„Hem ophangen," zei Valentin droog.

„Te weerga! dat noem ik een heerlijk idéé!" hernam degeneraai. „Op die wijs zijn we ten minste weer van een schelm ontslagen; en daarbij, alles wel ingezien, is het de beste manier om hem van zijne kwalen af te helpen."

„Maken wij er maar dadelijk een eind aan," zei thans don Miguel.

„Caspila! wat zijt gij voortvarend, vriend," antwoordde de generaal. „Ik durf wel zeggen, dat hij zelf zoo veel haast niet heeft; niet waar, kameraad?"

„Ei kijk!" riep Valentin, op dien schertsenden toon, die van zijn karakter als Parijzenaar onafscheidelijk was en hem somtijds wel eens overviel, „de kerel mag van geluk spreken, hij is juist onder een heerlijken boom gevallen, die hem het schoonste vergezicht zal verschaffen, en vanwaar hij op zijn gemak de omstreken kan bewonderen. — Curumilla," vervolgde hij tegen den Ulmen, „klim gij eens gauw in dien boom, beste vriend, en buig dien tak naar omlaag, zooveel als gij kunt."

Volgens zijne loffelijke gewoonte was de Araucaan dadelijk gereed om te gehoorzamen, en bracht hij, zonder een woord te spreken, het bevel ten uitvoer.

„Thans, kameraad," vervolgde de Franschman, zich tot den gewonde wendende, „als gij ten minste geen volslagen heiden zijt, en gij u nog iets van een gebed kunt herinneren, zou ik u raden er gebruik van te maken; want uwe gebeden zullen u nooit beter te pas zijn gekomen dan op dit oogenblik."

Met deze aanbeveling richtte hij Sandoval, die een somber stilzwijgen bewaarde, op en deed hem den strop om den hals.

„Wacht even!" riep Curumilla terwijl hij den bandiet bij zijn dichten haarbos greep.

„Daar dacht ik niet aan," zei Valentin, „ga uw gang, hoofdman, het is uw recht."

De Indiaan wachtte geen tweede verlof, en in een ommezien had hij Sandoval die hem met vlammende oogen aankeek den haarschedel van het hoofd gerukt, dien hij bedaard aan zijn gordel hechtte.

Valentin wendde onwillekeurig van dit gruwzaam schouwspel het hoofd af.

De Spanjaard uitte geen woord noch klacht.

Zoodra de knoop van den strop om den hals van den bandiet was dichtgehaald, wierp Valentin aan Curumilla, die reeds weder in den boom zat, het touw toe; de Indiaan maakte het vast en klom weder af.

„Thans, nu het recht zijn loop heeft gehad, kunnen wii vertrekken," zei Valentin.

De tak, die tot dusver gebogen was gehouden, werd losgelaten, en slingerde bij het opzwiepen den bandiet in de lucht.

De getuigen der terechtstelling stegen weder te paard, en Sandoval

Sluiten