Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij een van uw pistolen en laat mij uw kalebasflesch behouden ?"

De Squatter deed wat zijn kameraad hem verzocht,

„Zeer goed," hernam deze. „Ga thans een weinig terug ... ik moet alleen met de Nina spreken."

De Roode-Ceder kon bij dit verzoek zijne ontevredenheid moeielijk verbergen.

„Waarom zoudt gij u vermoeien ?" zeide hij; „hetwas beter om ons stil de zorg aan u te laten besteden die uw toestand vereischt."

„Ja," riep de bandiet met een grijns, „ik begrijp u wel, gij zoudt mij liever zien sterven als een hond, zonder een woord te spreken, want gij zijt bang voor hetgeen ik zeggen zal; maar het spijt mij van u, compadre, ik zal spreken, het kan niet anders."

De Squatter haalde de schouders op.

„Wat geef ik om uwe uitweidingen?" zeide hij, „alleen mijne belangstelling in uw . . ."

,,'t Is genoeg," viel Sandoval hem bits in de rede. „Houd u stil, ik wil spreken en ik zal spreken; geen menschelijke macht zal mij in mijn laatste uur kunnen dwingen om te zwijgen; dat geheim heeft mij reeds lang genoeg op het hart gebrand."

„Mijn goede vader" . . . prevelde het meisje.

„Zwijg stil," hernam de bandiet op een toon van gezag: „verzet u niet tegen mijn wil. Gij moet zekere zaken van mij vernemen, Nina, eer ik verschijnen zal voor Hem die alles ziet, anders zou mijne rekening nog zwaarder zijn."

De Roode-Ceder sloeg een vlammenden blik naar den doodkranke, en bracht onwillekeurig de hand aan een der pistolen in zijn gordel, maar stak terstond het wapen weder op zijne plaats, en zei half binnensmonds met een spottenden grijns:

„Wat kan het mij schelen? het is nu toch reeds te laat."

Sandoval had hem gehoord.

„Misschien," antwoordde hij. „God weet het."

„Wij zullen zien!" meesmuilde de Squatter sarcastisch.

Hij gaf aan de Apachen een wenk, en deze verwijderden zich in zijn gevolg.

De Witte-Gazelle bleef met den stervende alleen.

Zij was in eene buitengewone gemoedsbeweging, van welke zij zich geen voldoende rekenschap wist te geven. Eene mengeling van vrees en nieuwsgierigheid bestormde haar en bracht haar in de hevigste spanning. Met zonderlinge ongerustheid staarde zij naar den man, die daar half dood aan hare voeten lag en die, terwijl de hevigste smarten hem deden krimpen, op haar een blik vestigde van onverklaarbare spotzucht en medelijden.

Zij vreesde, en verlangde tegelijk de gewichtige geheimen te hooren die de bandiet haar had toe te vertrouwen; een angstig voorgevoel voorspelde haar dat van dezen man haar leven en hare toekomst afhing.

Hij zelf bleef somber en zwijgend.

Sluiten