Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Welnu, ook ik bemin dona Isabel] en het ga zoo bet wil, ik heb mij in 't hoofd gezet dat zij de mijne zal worden." „En!" viel ik hem met drift in de rede.

„En ik verspeel haar aan u, zoo gij wilt, om deze achttien honderd duizend piasters, in twee slagen. Gij ziet, ik ben een brutale speler'" vervolgde hij, terwijl hij achteloos een versche panatella opstak.

„Canario! een heerlijke partij! een prachtige inzet! men kan niet ridderlijker te werk gaan!" deze en dergelijke uitroepingen gingen onder de aanwezigen op en ruischten mij van alle kanten in de ooren.

«•Aarzelt gij?" vroeg don Sebastian op schamperen toon, terwijl hij mij aanstaarde als een wild dier.

Ik wierp een uitdagenden blik in het rond. Niemand verroerde zich. „Neen.' antwoordde ik met sene doffe stem en de tanden gesloten, stikkende van woede, „ik neem het aan!"

De omstanders slaakten een kreet van bewondering.

Nog nooit had Arispe, zoover het geheugen der speiers strekte a i efne "elan8wekkende monte-partij binnen hare muren gezien' Al de aanwezigen verdrongen zich dicht om de tafel. Ik koesterde voor dona Isabel Izaguirre een dier innige genegenheden waarmede een man leeft en sterft. D za^ kaart geven?" vroeg ik aan mijn tegenpartij, „bij. antwoordde hij met zijn duivelschen lach.

>»Vijf minuten later had ik mijne geliefde verspeeld," De vrijbuiter zweeg weder; eene hevige zenuwtrilling had hem vermessterd en sedert de laatste oogenblikken was het hem alleen door ongehoorde inspanning gelukt om de woorden uit te brengen die hem in de keel dreigden te stikken. Men kon zien dat de wond in zijn hart nog even pijnlijk bloedde als op den eersten dag, en dat hij alleen door kracht van wil in staat was haar opnieuw open te rijten.

„Enfin! hervatte hij met zekere ontheffing, terwijl hij het klamme zweet afwischte dat hem van het bebloede voorhoofd gutste, „don Sebastian trad naar mij toe."

»Zijt gij voldaan?" vroeg hij.

„Nog niet, zeide ik met eene sombere stem; „wij moeten noe eene laatste partij spelen." 6

„Ha!" riep hij spotachtig, „ik dacht anders dat gij niets meer te verliezen had.

„Gij vergist u; gij moet mijn leven nog winnen."

„Dat is waar," antwoordde hij, „en dat zal ik u afwinnen. Ik zal met u hoog spel spelen ten einde toe; naar buiten!"

„Waarom dat! zei ik; „deze tafel is de kampplaats voor de twee eerste partijen geweest, zij zal ook de derde beslissen." „lop! nep hij. „Viva Dios! gij zijt een flinke kerel! Ik kan u m maar ik zal trotsch zijn op mijne overwinning."

Te vergeefs poogde men den strijd voor te komen; don Sebastian zoo min als ik wilde er van hooren. Het dringen en smeeken moede,

Sluiten