Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf men ons de wapens daar wij om gevraagd hadden; en nu zou het vreemdsoortig gevecht plaats hebben in de met bloemen getooide zaal, op die met goud bedekte tafel, te midden dier schoone i0n<*e vrouwen, tusschen duizenden waslichten en zoete geuren die aan° alles luister en frischheid bijzetten; dit tooneel had iets fataals

dat de verbeelding ontvlamde.

De twee helden van Arispe, die steeds aller gesprekken ingenomen en aller gemoederen hadden beziggehouden, zouden eindelijk tusschen elkander uitmaken, wie van hen de palm zou wegdragen.

Ik stapte op de tafel. ..

Met een sprong stond mijn tegenpartij over mij met den degen

iu de hand. , A . . ,.. ,

Ik had den naam van een voldongen schermer en toch viel ik reeds

bii den tweeden stoot met eene wond in de borst door en door.

Drie maanden lang zweefde ik tusschen leven en dood.

Nadat mijne jeugd en mijn sterk gestel over mijne vreesehjke

wond hadden gezegevierd en ik begon te herstellen, vernam ik

naar mijn tegenstander.

Des anderen daags na ons tweegevecht was hij met donalsabel getrouwd; acht dagen later waren beiden verdwenen, zonder dat iemand mij wist te zeggen waarheen.

Ik had slechts één verlangen en een doel, mij te wreken aan

don Sebastian. . ^ , , ., , .

Zoodra ik genoegzaam hersteld was om uit te gaan, maakte ik net weinige dat ik nog had te gelde en verliet insgelijks Arispe, verzeld van miine twee vrienden, die even arm en berooid waren als ik, daar de slag die mii had getroffen ook hun lot beslist had; en met mij deelden zij tevens denzelfden wensch, namelijk zich te wreken aan don Sebastian.

Langen tijd bleven onze nasporingen vergeefs; maar otschoon er iaren verliepen, werd ik niet moede hem te zoeken.

Wij waren nu slechts met ons tweeën, daar de een van ons

het opgegeven en ons verlaten had.

Wat er van hem geworden was wist ik niet, maar op zekeren da^, in een dorp aan de Anglo-Amerikaansche grenzen, waar ik dieren vellen ging verkoopen, bracht de duivel mij op eens in de tegenwoordigheid van den vriend, dien ik nooit gedacht had te zullen wederzien. Hii droeg het kleed van een monnik.

Zoodra hij mij zag, kwam hij naar mij toe en het eerste woord dat hij, na zoo lange scheiding, tot mij sprak, was:

„Ik heb hem wedergevonden." , ,,

Zonder nadere opheldering begreep ik nu terstond wat hij bedoelde zoo diep was de haat in mijne ziel geprent. Wat zal ik u meer zeggen, Nina? vervolgde hij met eene geweldige inspanning, terwijl een gruwzame grijnslach zijne loodblauwe lippen deed trillen, „ik heb mij gewroken!... O! zij was lang uitgebleven die wraak, maar zij was verschrikkelijk!... Onze vijand was een der rijkste grondbezitters in Texas geworden; hij leefde gelukkig met zijne vrouw en

Sluiten