Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne kinderen, geacht en bemind door allen die hem omringden. Ik kocht eene haciënda in zijne nabuurschap, en daar, met het oog van een jaguar die op zijne prooi loert, bewaakte ik al zijne bewegingen, ik mengde mij soms onder de zijnen. Er was sedert onze vorige ontmoeting zooveel tijd verloopen en mijn voorkomen zoo sterk veranderd, dat hij mij niet herkende, ofschoon een heimelijk voorgevoel hem terstond scheen te verwittigen dat ik zijn vgand was.

Op zekeren nacht stelden mijne twee vrienden en ik ons aan het hoofd van een bende roovers en Apache-Indianen, en na ons verzekerd te hebben dat alles in de haciënda van don Sebastian in diepe rust was, slopen wij als slangen door de duisternis; de muren werden beladderd en onze wraak begon. De haciënda werd aan de vlammen opgeofferd ; don Sebastian en zijne vrouw, in hun slaap overvallen, vielen in onze handen en werden onbarmhartig vermoord. U en hun andere dochtertje ontrukte ik aan de armen der stervende moeder, die bloedend en snikkend aan myne voeten lag en mij smeekte om u te sparen, zich beroepende op mijne oude liefde voor haar.

Ik zwoer haar dat ik dit doen zou, en ik heb mijne belofte gehouden.

„Wat er van uwe zuster geworden is weet ik niet; ik heb er mij zelf nooit mede bemoeid. Maar wat u aangaat, Nina, antwoord mij, Nina, hebt gij mij ooit iets te verwijten gehad?"

Het meisje had met gefronst voorhoofd en verbleekt van schrik dit ontzettend verhaal aangehoord. Toen Sandoval zweeg, zeide zij met eene gebroken stem:

„Dus waart gij de moordenaar van mijn vader en moeder?"

„Ja!" antwoordde hij, „maar ik was niet alleen; wij waren met ons drieën, en wij hadden ons gewroken."

„Booswicht! " riep zij uit, „laaghartige moordenaar!"

De Gazelle sprak deze woorden op zulk een onverbiddelijken toon van gestrengheid, dat de bandiet tegen wil en dank er van sidderde.

„Ha!" grinnikte hij. „Ik herken de leeuwin. Dat is wel de dochter van mijn vijand! Schep moed! kind, schep moed! Dood mij op uwe beurt! Wreek op mij uw vader en uwe moeder! Wat weerhoudt u ? Ontruk mij het leven, dat mij toch spoedig ontvallen zal; haast u als gij u wreken wilt, of de gelegenheid gaat voor u verloren."

Uit den blik waarmede hij haar aanzag straalde nog hoogmoed maar flauw en reeds omneveld door doodschaduw.

De Gazelle antwoordde niet.

„Gij wilt mij dus liever zien sterven," zeide hij. „Welnu, ontvang dan dit laatste geschenk," vervolgde hij, een lederen zakje uit zijn borst halende, dat hem met een stalen kettingje om den hals hing; „daar zult gij twee brieven in vinden, een van uw vader en een van uwe moeder, en tevens zien welken naam gij in de wereld dragen moet, want dien ik u gaf, wasvalsch; ik heb u tot

Sluiten