Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O!" riep don Miguel, „moet die duivel ons dan altijd ontsnappen!"

„Geduld!" hernam Yalentin; „zoo hij niet als een visch onder water of als een vogel door de lucht ontsnapt is, zullen wij zijn spoor wel terugvinden, dat zweer ik u."

„Maar wat nu gedaan?"

„Wachten," antwoordde de jager. „Het is reeds iaat, wij zullen hier den nacht doorbrengen; morgen met zonsopgang zullen wij onzen vijand vervolgen."

Don Miguel zuchtte, maar antwoordde niet.

De toebereidselen voor het kamp der jagers vorderden niet veel tijd. Harry en de Arends-Veer staken een vuur aan en ontzadelden de paarden, en toen deze gekluisterd waren begon men het avondmaal gereed te maken.

Don Miguel en zijn zoon uitgezonderd, die elk om eene bijzondere reden weinig trek hadden tot eten, bewezen de jagers de noodige eer, aan hunne sobere avondkost, die hun na de vermoeienis van den dag heerlijk smaakte.

Zoodra het souper was afgeloopen, stond Yalentin op, nam zijne buks op en wenkte Curumilla hem te volgen.

„Waar gaat gij heen?" vroeg don Miguel.

„Naar het eiland, waar de gambusinos gekampeerd zijn geweest," antwoordde de jager.

„Ik ga met u."

„Pardi! ik ook," zei de generaal.

„Goed."

De vier mannen verwijderden zich, en er bleef in het kamp niemand over dan don Pablo, de Sachem der Coras, Harry en Ellen.

Zoodra de voetstappen der jagers in de verte verdwenen waren, wendde het meisje zich tot don Pablo.

„Dit is het uur," zeide zij.

De Mexicaan huiverde onwillekeurig.

„Gij wilt het?" antwoordde hij mismoedig.

„Ik moet!" zuchtte zij.

Zij stond op en ging naar Harry.

„Broeder," zeide zij, „ik vertrek."

„Goed," zei de jager.

Zonder nadere opheldering stond hij op, zadelde twee paarden en bleef schijnbaar bedaard het oogenblik afwachten.

Mookapec sliep, of veinsde althans te slapen.

Ellen stak don Pablo de hand toe en zei met een bewogen stem :

„Vaarwel, don Pablo."

„O!" riep de jonkman, „blijf, Ellen, ik bezweer het u!"

De Squattersdochter schudde treurig het hoofd.

„Ik moet weer naar mijn vader," murmelde zij, „laat mij vertrekken, don Pablo."

„Ellen! Ellen!"

„Vaarwel, don Pablo."

Sluiten