Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De Roode-Ceder is daar," zei de Zwarte-Kat, met de hand naar de rivier wijzende.

Ver ?"

„Een half uur."

,,Goed. Hoe weet mijn roode broeder het?" vroeg de jager met kwalijk ontveinsd wantrouwen.

„De groote bleeke krijgsman der blanken is de broeder van de Zwarte-Kat; hij heeft den Sachem het leven gered. De Roodhuiden hebben een goed geheugen; de Zwarte-Kat heeft zijne jongelingen verzameld en is den Roode-Ceder gevolgd om hem aan Koutonepi over. te leveren."

Valentin twijfelde geen oogenblik langer aan de oprechtheid van het opperhoofd; hij wist met welke nauwgezetheid de Indianen hunne eeden houden; de Zwarte-Kat had eenmaal een verbond met hem gesloten, hij kon dus op diens woorden volkomen vertrouwen.

„Goed," zeide hij, „ik zal de bleeke krijgslieden wekken, mijn broeder zal onze gids zijn."

De Indiaan boog en kruiste de armen op de borst.

Een kwartieruurs later kwamen allen aan een kamp van Roodhuiden.

De Zwarte-Kat had niet gelogen, hij had honderd uitgelezen krijgslieden bij zich.

De Apachen lagen zoo goed in het gras verborgen, dat men op tien passen afstands onmogelijk iets van hen bespeuren kon.

De Zwarte-Kat nam Valentin ter zijde en voerde hem even buiten het kamp.

„Dat mijn broeder rondzie," zeide hij.

Op korten afstand zag de jager de vuren der gambusinos.

De Roode-Ceder had zijn kamp tegen de helling van een kleinen berg gekozen, dit was de reden dat de jagers er vroeger niets van konden zien.

De Squatter dacht niet anders of hij had Valentin van het spoor gebracht. Dien avond gaf hij voor het eerst na hun vertrek aan zijn volk verlof om de kampvuren te ontsteken.

XXXV.

DE STRIJD.

In het kamp van den Roode-Ceder was alles doodstil. Al de gambusinos sliepen, behalve drie of vier, die op hunne buksen geleund, met open oor en oog waakten voor hunne slapende kameraden, en nog twee andere personen, die achteloos voor eene tent in het midden van het kamp uitgestrekt, zacht zaten te praten.

Die twee personen waren de Roode-Ceder en Fray Ambrosio.

De Squatter verkeerde blijkbaar in de hevigste onrust; met den blik strak in de ruimte gevestigd, scheen hij de duisternis te willen

De Roovers der Prairiën. 15

Sluiten