Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op zijn wenk vereenigden zich zijne drie zonen, Nathan, Sutter en Shaw, met Andres Garote en Fray Ambrosio om hem zijn heldenstuk te helpen uitvoeren; maar de Indianen lieten er hun den tijd niet toe, en herhaalden gedurig met vernieuwde woede den aanval, terwijl een wolk van brandpijlen en brandfakkels van alle kanten op het kamp neervielen.

De brand paarde dus zijne verschrikkingen met die van den strijd, en het kamp stond weldra in lichte laaie vlam.

Van de wanorde hierdoor onder de gambusinos veroorzaakt, maakten de Roodhuiden gebruik om de balen en pakken te beklimmen, in het kamp te dringen en zich op de blanken te werpen, zoodat men thans man tegen man handgemeen werd.

Ondanks hun moed en bekwaamheid in het voeren der wapenen, werden de gambusinos door de veel aanzienlijker getalsterkte hunner vijanden overstelpt en schenen zij weldra het onderspit te moeten delven.

Nog eenige minuten, en het zou met de bende van den RoodeCeder gedaan zijn.

De Squatter zag het wel, en hij besloot eene laatste poging te wagen om het overschot zijner manschappen te redden.

Hij gaf zijn voornemen aan Fray Ambrosio te kennen, die sedert het begin van den aanval steeds aan zijne zijde gestreden had, en zoodra hij wist dat de monnik zijne orders zou helpen uitvoeren, wierp hij zich met onbeschrijfelijke woede in het dichtste gedrang der strijdenden, stiet met dolksteken of kolfslagen iederen Roodhuid neêr die hem den toegang wilde beletten, en zoo drong hij door tot de tent van zijne gevangene.

Dona Clara stond in gebogen houding, met gestrekten hals en luisterend oor, en scheen met gespannen nieuwsgierigheid te letten op het rumoer dat daar buiten plaats greep. Twee passen van haar af, de hersenpan door een kogel verbrijzeld, lag de vrouw van den Squatter op den grond te stuiptrekken, op het punt van den laatsten adem uit te blazen.

Zoodra het meisje den Roode-Ceder zag, kruiste zij de armen op de borst en wachtte.

„Voto d Dios!" riep de bandiet, „zij is er nog. Volg mij, Senora, wij moeten voort."

„Neen!" antwoordde zij stoutweg, „ik vertrek niet."

„Wat! onnoozel kind, zult gij gehoorzamen, of zal ik geweld moeten gebruiken," riep hij, „onze tijd is kostbaar."

„Ik vertrek niet, zeg ik u," herhaalde het meisje.

„Nog eens, en voor 't laatst, wilt gij mij volgen, ja of neen?"

Dona Clara haalde de schouders op.

Daar de Squatter zag dat redeneeren niets baatte en dat hij geweld zou moeten gebruiken om zijn doel te bereiken, sprong hij over het lijk zijner vrouw heen en dacht Dona Clara te grijpen. Maar deze, die al zijne bewegingen met scherpe blikken bespiedde, sprong als

De Roovers der Prairiën. 15*

Li

Sluiten