Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een verschrikte hinde terug, trok een dolk uit haar boezem, en met fonkelend oog, gesperde neusgaten en bevende lippen maakte zij zich gereed tot een wanhopigen tegenstand.

Er moest een einde aan komen: de Squatter werd woedend en gaf haar met het plat van zijn sabel een slag op den arm, zoodat zij met een smartelijken gil haar dolk uit de hand liet vallen. Maar het mishandelde kind bukte dadelijk om het wapen met de linkerhand op te rapen. De Roode-Ceder maakte zich deze beweging ten nutte, vloog naar haar toe en sloeg haar de forsche armen om het lijf. Maar nu begon het meisje, dat zich tot hiertoe stilzwijgend verdedigd had, met al de kracht der vertwijfeling luidkeels te schreeuwen.

„Help! Shaw! help!"

„Ha!" brulde de Roode-Ceder, „is hij het die mij verraden heeft? Laat hem komen, als hij durft!"

En het meisje in zijne armen nemende, liep hij met haar naar den uitgang der tent.

Maar hij stoof onmiddellijk terug met een vreeselijken vloek.

Er stond een man, die hem den doortocht belette.

Die man was Yalentin.

„Ha, ha!" riep de jager met een bitteren grijnslach, „zijt gij daar weêr, Roode-Ceder! Carai! nu zult gij er niet levend afkomen."

„Laat mij door!" brulde de Squatter zijn pistool grijpende.

„Door?" herhaalde Valentin grinnikend, terwijl hij de bewegingen van den bandiet scherp in 't oog hield, gij schijnt wel haast te hebben om ons te verlaten; geen dreigementen, verzoek ik, of ik dood u als een hond!"

„Dat zal ik u doen, vervloekte 1" riep de Roode-Ceder, meteen stuipachtigen greep zijn pistool afdrukkende.

Het schot viel.

Maar hoe gezwind de beweging van den bandiet ook zijn mocht, die van den jager was nog gezwinder, hij had zich oogenblikkelijk gebogen, zoodat de kogel hem niet raakte, en hij legde even snel zijn geweer ep hem aan, maar hij durfde niet schieten.

De Roode-Ceder had zich midden in de tent op den vloer laten vallen, en verweerde zich nu door dona Clara als een schild te gebruiken om zich te beveiligen.

Op het gerucht van het pistoolschot stormden de kameraden van Valentin de tent binnen, die gelij ktijdig door de Indianen werd ingenomen.

De weinige gambusinos die hunne kameraden overleefd hadden, ongeveer zeven of acht in getal, op bevel van den Squatter door Fray Ambrosio verzameld, toen zij hoorden wat er gaande was en verlangende hun chef te helpen, naderden met sluipenden tred de tent, en sneden al de touwen tegelijk los waarmede de stijlen waren vastgemaakt.

De massa zeildoek, thans niet langer in evenwicht gehouden, kon niet staande blijven, maar zakte plotseling ineen en over-

Sluiten