Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat de groote jager der Bleekgezichten hen redden zal," antwoordde de Zwarte-Kat zonder zich te bedenken.

Valentin glimlachte treurig toen hij zijne blikken liet rondgaan over zoo vele menschen als van hem hun behoud verwachtten.

„God alleen kan u redden!" prevelde hij, „want Hij is almachtig; Zijne hand is ontzettend zwaar over ons uitgestrekt. Wat kan ik doen, helaas? ik, een zwak sterveling?"

„O! dat de bleeke jager ons redde!" herhaalde het Apachenhoofd.

De jager zuchtte.

De Indianen drongen in een dichte groep om hem heen.

Deze eenvoudige menschen verbeeldden zich dat de jager, wiens talenten zij gewoon waren te bewonderen en dien zij zoovele verrassendedaden hadden zien bedrijven, over eene bovenmenschelijke macht te beschikken had, zij stelden in hem een bijgeloovig vertrouwen.

„Dat mijne broeders hooren," hervatte Valentin; „er blijft hun slechts ééne kans op behoud over, een wel is waar zeer flauwe kans, maar het is de eenige die zij nog kunnen beproeven. Ieder van u neme zijn v/apen, en zonder een oogenblik tijdverlies doodde hij zoovele bissons als hij kan, die hier als dol in de prairie rondloopen; hunne huiden zullen u dienen om kleine prauwen te vervaardigen, met welke gij de rivier kunt afzakken om den brand te ontvluchten die weldra alles dreigt te verslinden."

De Indianen juichten van blijdschap en hoop, zij aarzelden geen oogenblik en vielen op de bisons aan, die half verdwaasd van schrik, zich zonder den minsten tegenstand te bieden lieten neerhouwen.

Nauwelijks had Valentin gezien dat zijne bondgenooten zijn raad opvolgden en druk bezig waren met hunne prauwen samen te stellen, of hij dacht weder aan de roovers.

Deze waren op hunne beurt niet werkeloos gebleven.

Op raad van den Roode-Ceder, hadden zij een aantal ontwortelde boomstammen, die in menigte op de rivier dreven, verzameld, en met lasso's aan elkander gebonden, en na aldus een geschikt vlot te hebben samengesteld, groot genoeg om hen allen te dragen, hadden zij het te water gebracht om zich den stroom te laten afdrijven.

Toen don Pablo zag dat zijn vijand op het punt was om hem voor de tweede maal te ontsnappen, aarzelde hij niet op hem aan te leggen. Maar Andres Garote had ook nog een oude rekening met den jonkman te vereffenen; hij maakte dus van deze gelegenheid gebruik, legde zijn buks op hem aan en gaf vuur.

De kogel door de beweging van het vlot min of meer afgeleid, trof wel is waar niet het doel waarop hij gemikt was, maar schoot toch het geweer van den jonkman in zijne handen in stukken, op het oogenblik dat deze gereed was om het af te schieten.

De vrijbuiters hieven een triomfkreet aan, die echter terstond in een kreet van gramschap veranderde, daar Andres Garote dood in hunne armen viel, in de borst getroffen door Curumilla, die hem een kogel had toegezonden.

Sluiten