Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O!" riep Valentin, die thans mede den oever bereikte, „ik zweer bij God, dat ik het monster zal dooden."

De schok, daar wij zooeven van gewaagden, was de laatste stuip der aardbeving geweest; er volgden nog wel eenige schuddingen, maar nauwelijks merkbaar, als had de aarde eene laatste poging gedaan om haar verloren evenwicht te herstellen.

De Apachen, in hunne prauwen weggevoerd, waren reeds ver de rivier afgedreven en buiten het gezicht. De prairiebrand begon alleDgs uit te gaan bij gebrek aan voedsel, te meer nog, daar het omliggend terrein deels door de aardbeving omgewoeld, deels door de buiten hare oevers getreden rivier overstroomd was.

Ondanks de zorg die zijne vrienden hem verleenden, scheen don Miguel niet tot bewustzijn terug te keeren.

Generaal Ibanez trad naar Valentin, die somber en peinzend op eenigen afstand met de handen kruiselings op zijn buks geleund en met de oogen in de ruimte gericht was blijven staan.

„Wat doen wij langer hier?" zeide hij, „waarom gaan wij niet dadelijk op weg om den moordenaar te vervolgen?"

„Omdat wij nog eerst de laatste eer aan zijn arm slachtoffer moeten bewijzen," antwoordde de jager met eene treurige stem.

De generaal boog.

Een uur later, toen don Miguel weder tot zichzelven was gekomen en de Indianen een kuil hadden gedolven, werd het lijk van dona Clara door de jagers aan de aarde toevertrouwd.

Don Miguel, door zijn zoon en generaal Ibanez ondersteund, stond met gebogen hoofd en staarde op het graf dat zijn kind omsloot.

Toen Curumilla en de Arends-Veer den kuil gevuld en er eenige zware rotsblokken op gewenteld hadden, opdat de wilde dieren het niet zouden ontheiligen, greep Valentin de hand van zijn vriend en drukte die met kracht.

„Don Miguel," zeide hij, „de vrouwen weenen, de mannen wreken zich!"

„O ja," riepdehaciendero met wilde geestkracht. „Wraak! wraak!"

Maar, helaas! deze kreet boven een pas gesloten graf, stierfin de echo's der woestijn onbeantwoord weg.

De Roode-Ceder en zijne metgezellen waren in de verwarde kronkelpaden der wildernis verdwenen.

Er moesten nog vele dagen voorbijgaan eer het gewenschte uur dezer wraak slaan zou!

God, wiens raadsbesluiten ondoorgrondelijk zijn, had nog niet gezegd: Het is genoeg!

i) Zie de Lynchwet: oog om oog, tand om tand.

Sluiten