Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons kwam bezoeken. Ik werd weldra zijn lieveling. Zijne welsprekendheid had grooter uitwerking dan de mijne en na veel aanhouden en fleemen werd eindelijk tot mijne onuitsprekelijke vreugde besloten, dat ik hem op eene reis naar Ceylon, waar zijn oom sedert jaren gouverneur was, vergezellen zou.

Wij zeilden met gewichtige opdrachten van de Hoogmogende Staten van Holland Amsterdam uit. Met uitzondering van een ontzaglijken storm, gebeurde er op onze reis niets merkwaardigs. Doch van dezen storm moet ik u, om de wonderbaarlijke gevolgen die hij had, een en ander vertellen. Hij kwam juist opzetten, toen wij bij een eiland voor anker lagen, om ons van hout en versch water te voorzien, en woedde met zulk eene heftigheid, dat hij eene groote menigte boomen van verbazende dikte en hoogte met wortel en al uit den grond rukte. Ofschoon eenige dezer tallooze centenaren wogen, zagen ze er door de onmetelijke hoogte uit — want ze waren minstens vijf mijlen boven den grond — alsof zij niet grooter waren dan vogelveertjes, die soms in de lucht vliegen.

Zoodra echter de storm ging liggen, kwam elke boom loodrecht op zijne plaats neer en vatte dadelijk weer wortel, zoodat er nauwelijks een spoor van de verwoesting te zien was. Alleen de grootste maakte hier eene uitzondering op. Toen hij door 't plotseling geweld van den storm uit den grond gerukt werd, zat er juist een man met zijne vrouw op de takken en plukte er komkommers, want in dat werelddeel groeit deze heerlijke vrucht gemeenlijk op boomen. Het echtpaar maakte zoo kalm mogelijk de luchtreis mee, doch ten gevolge van beider gewicht, werd de boom min of meer topzwaar, zoodat hij niet alleen van zijne richting afweek, maar ook in een horizontalen stand naar beneden kwam. Nu had, gelijk de meeste bewoners van dit eiland, ook hun opperhoofd Dekarike tijdens den storm zijne

Sluiten