Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woning verlaten, uit vrees van onder de puinhoopen begraven te worden, en juist wilde hij weer door zijn tuin teruggaan, toen deze boom naar beneden tuimelde en hem gelukkig op de plaats zelve verpletterde.

— Gelukkig?

Ja zeker, gelukkig, en ik zal u uitleggen waarom. Dit opperhoofd was de gierigste man en de afschuwelijkste dwingeland, dien men zich denken kan, en alhoewel hij geen huisgezin had, kwamen de bewoners van het eiland bijna van honger om, terwijl in de voorraadskelders de eetwaren bedierven.

Zijn eiland had geen buitenlandschen vijand te duchten; niettemin liet hij iederen jongen kerel oppakken, ranselde hem terdege en verkocht van tijd tot tijd zijne verzameling aan de meestbiedende naburige vorsten, ten einde bij de millioenen, die hij van zijn vader geërfd had, nieuwe millioenen te kunnen voegen.

Men vertelde, dat hij deze ongehoorde handelwijze van een reisje, dat hij naar 't Noorden had gemaakt, meêgebracht had. Het is mogelijk, maar zeker kunnen wij 't niet zeggen.

Uit dankbaarheid voor den grooten dienst, welken het komkommer-paar, al was 't dan ook uit louter toeval, zijn medeburgers bewezen had, werd het door hen op den troon gezet. Wel waren deze goede luidjes op hun luchtreis zoo dicht het wereldlicht genaderd, dat zij 't licht hunner oogen daarbij gedeeltelijk verloren hadden; toch redeneerden zij er niet minder goed om, zoodat, naar ik later vernam, niemand ooit een komkommer at, zonder luide te zeggen: God beware ons vorstelijk echtpaar.

Nadat ons schip, dat van dezen storm niet weinig geleden had, weder in orde was gebracht, namen wij afscheid van den nieuwen gouverneur en zijne vrouw, en zeilden met een gunstigen wind naar onze plaats van bestemming.

Binnen zes weken kwamen we te Ceylon aan, waar wij met

Sluiten