Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bespeurde ik dat men ginds niet gewoon was, des winters te paard te reizen. Daar het nu altijd mijn streven is om het welbekende ,,'s lands wijs, 's lands eer" te volgen, kocht ik eene kleine slede, spande mijn paard er voor en reed welgemoed naar St.-Petersburg.

Nu herinner ik me niet juist meer of het in Oostland of Ingermanland was, maar dit weet ik nog wel, dat ik me te midden van een ontzaglijk woud bevond, toen ik een vreeselijken wolf met de snelheid, die de felle honger veroorzaakt, achter mij zag aankomen. Hij haalde mij spoedig in en het was onmogelijk hem te ontkomen. Werktuiglijk ging ik plat op den bodem der slede liggen en liet mijn paard zijn gang gaan. Hetgeen ik vermoedde, maar nauwelijks had durven hopen of verwachten, gebeurde nu terstond. De wolf bekommerde zich niet het allerminst om mij, maar sprong over me heen, viel woedend op 't paard aan, en verslond opeens 't gansche achterdeel van het arme dier, dat nu van schrik en pijn des te sneller doordraafde. Daar 't ondier op mij niet lette en ik ongedeerd was gebleven, lichtte ik stil even 't hoofd op en zag nu met ontsteltenis, dat de wolf zoo gulzig doorgegeten had, dat hij bijna geheel in 't lichaam van het paard zat. Toen ik dit zag, nam ik mijn kans waar, en ranselde er ongenadig met mijne zweep op. Zulk een onverwachte overval in dezen vleeschtunnel veroorzaakte het dier geen geringen schrik; met alle macht drong hij nu voorwaarts, het geraamte van het paard viel op den grond en in zijne plaats bevond zich nu de wolf in het gareel. Nu hield ik met mijne zweep niet op, en zoo kwamen wij gezond en weibehouden te St.-Petersburg aan, geheel en al tegen onze wederkeerige verwachting en tot niet geringe verbazing der toeschouwers.

Ik zal u niet vermoeien met een uitvoerig relaas over de

Sluiten