Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik aankwam, zag ik met eigen oogen de overjas op een mooi nieuw galakleed aanvallen en het op onbarmhartige wijze schudden en plukken.

Een dergelijk avontuur wedervoer mij kort daarna in Polen. Op zekeren avond was ik zonder kruit in een diep woud. Toen ik naar huis stapte, wilde mij een afgrijselijke beer met open muil, gereed om mij te verslinden, te lijf. Te vergeefs zocht ik in al mijne zakken, of er soms nog kruit of lood in zat. Niets vond ik, als twee vuursteenen, die men in geval van nood wel bij zich mag hebben. Daarvan wierp ik er een met alle macht in den opengesperden muil van 't ondier, en de steen verdween onmiddellijk. Daar hem dit pijn veroorzaakte, maakte mijn beer linksomkeer, zoodat ik den anderen steen naar zijn staart kon mikken. Dit gelukte zoo volkomen, dat de steen er niet alleen in vloog, maar ook met zulk eene kracht tegen den eersten vuursteen in de maag aankwam, dat beiden vuur gaven en de beer met een geweldigen knal uit elkander sprong. Al kwam ik er ook toen ongedeerd van af, toch zou ik het niet gaarne voor de tweede maal beproeven of beren ontmoeten zonder ander verdedigingsmiddel dan een paar vuursteenen.

Sluiten