Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gevaarlijken weg. Soms moest ik over vreeselijke afgronden springen, en op andere plaatsen was de oppervlakte zoo glad als een spiegel, zoodat onophoudelijk opstaan en vallen mijn lot was. Eindelijk bracht ik het zóó ver, dat ik de beren bereiken kon, en nu bespeurde ik tevens ook, dat zij niet met elkaar vochten, maar slechts speelden.

Reeds berekende ik de waarde hunner huid, want zij waren zoo groot als vetgemeste ossen, doch juist toen ik mijn geweer wilde aanleggen, gleed ik met den rechtervoet uit, viel achterover, en de hevigheid van den slag ontnam mij geheel mijn bewustzijn. Stel u nu mijne verbazing voor, toen ik ontwaakte en bespeurde, dat een van de bovengenoemde ondieren mij omgedraaid had, en me juist bij den band van mijn nieuwe leeren broek wilde pakken. Het bovendeel van mijn lichaam stak onder zijn buik en mijne beenen bengelden naar voren. De Hemel weet waar 't dier mij zou heengesleept hebben, indien ik niet mijn zakmes gegrepen, hem bij zijn linkerachterpoot gepakt en drie van zijn teenen afgesneden hadde. Nu liet hij me dadelijk vallen en brulde vreeselijk. Ik nam mijn geweer op, vuurde op hem, juist toen hij wegliep, en plotseling viel hij neer.

Mijn schot had nu wel is waar één van deze bloeddorstige dieren voor eeuwig doen insluimeren, maar vele duizenden, die in den omtrek van een halve mijl op het ijs lagen en sliepen, doen ontwaken. Allen kwamen nu ijlings naar de plek waar ik mij bevond, aanloopen.

Daar was geen tijd te verliezen. Juist op dat oogenblik kreeg ik een gelukkigen inval. Omtrent in de helft van den tijd, dien een geoefend jager noodig heeft om een haas 't vel af te stroopen, trok ik den dooden beer zijn pels uit, wikkelde me er in en stak mijn hoofd juist in zijn kop. Nauwelijks was ik klaar, of de gansche kudde verzamelde zich om mij heen. Ik werd beurtelings

Sluiten