Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om u nu met een paar woorden de geheele geschiedenis te verteilen: ik ging naar 't schip terug en verzocht om drievierden van het scheepsvolk, die mij helpen moesten al die vellen, af te stroopen en het vleesch aan boord te dragen. Wij waren binnen eenige uren klaar, en laadden er het geheele schip mede vol. Wat overbleef, werd in 't water geworpen, ofschoon ik er niet aan twijfel, dat het, behoorlijk ingezouten, even goed gesmaakt zou hebben als 't andere.

Zoodra wij terugkwamen, zond ik eenige hammen, uit naam van den kapitein, aan de lords van de admiraliteit, aan de lords van de schatkist, ettelijke aan den Lordmayor en den Gemeenteraad van Londen, een stuk of wat aan de handelsvereenigingen, en de overigen aan mijne bijzondere vrienden. Van allen ontving ik de warmste dankbetuigingen; maar de zoogenaamde City — het hart van den Londenschen handel — beantwoordde mijn geschenk op eene zeer eigenaardige wijze, en wel door eene uitnoodiging om jaarlijks op den verkiezingsdag van den Lordmayor op het raadhuis haar gast aan tafel te zijn.

De berenvellen zond ik naar de keizerin van Rusland als winterpelzen voor Hare Majesteit en haar hof. Zij bedankte mij daarvoor in een eigenhandigen brief, dien zij mij door een buitengewonen gezant toezond, en waarin ze mij aanbood, de eer der keizerlijke kroon met haar te deelen. Daar ik mij echter tot die hooge waardigheid weinig aangetrokken gevoelde, wees ik de mij aangeboden gunst in de beleefdste bewoordingen van de hand. Dezelfde gezant, die mij het keizerlijk schrijven bracht, had ook de opdracht om mijn antwoord aan Hare Majesteit persoonlijk over te brengen. Een tweede brief, dien ik spoedig daarna van de keizerin ontving, overtuigde mij dat het aanbod ernstig gemeend was, en ik met eene vrouw van groote wilskracht te doen had. Hare laatste ziekte was, gelijk de beminnelijke ziel

Sluiten