Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een onderhoud met vorst Dolgoroucki volmondig bekende, alleen een gevolg van mijne wreedheid. Ik weet niet, hoe ik zulk een gunsteling der dames geworden ben; maar de keizerin is niet de eenige van haar geslacht, die mij hare hand aangeboden heeft.

Sommigen hebben het lasterlijke praatje uitgestrooid, dat kapitein Phipps op zijne reis niet zoover gegaan was, als hij wel had kunnen doen. Op mij rust de plicht, hem te dien opzichte te verdedigen. Ons schip was een heel eind op weg, toen ik zulk eene verbazende hoeveelheid berenvellen en hammen erin laadde, dat het dwaasheid geweest ware, nog eene poging te wagen om verder te gaan, daar wij nu nauwelijks in staat waren, tegen een matig sterken wind op te zeilen; om niet te spreken van die gebergten van ijs, die men op hoogere breedte kan ontmoeten.

Later heeft de kapitein dikwerf verzekerd, hoe ontevreden hij was, dat hij geen aandeel aan den roem van dezen dag had, dien hij zeer breedsprakig den beren-vellen-dag noemt. Daarbij benijdt hij mij niet weinig al de eer dezer overwinning, en zoekt die op allerlei wijze te verkleinen. Hem komt het onverklaarbaar voor, hoe ik zoo vele duizenden verslagen heb. We hebben al menig woordje daarover gehad, en zijn dientengevolge nog altijd op een gespannen voet. Onder anderen houdt hij stokstijf staande, dat ik het mij niet als verdienste mag aanrekenen, de beren bedrogen te hebben, daar ik me een vel over 't lichaam getrokken had; hij had onbedekt, zonder masker, zich onder hen willen begeven, en dan zouden zij hem nóg voor een beer gehouden hebben.

Dit is natuurlijk een punt, dat ik voor al te teer en kiesch houd, dan dat een man, die op beschaafde manieren aanspraak maakt, daarover met iemand ter wereld en het allerminst met een edelen pair, zou twisten.

Sluiten