Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In al deze ontmoetingen, waaruit ik mij altijd gelukkig, al was het met levensgevaar, wist te redden, was mij het toeval gunstig, en wist ik het door dapperheid en tegenwoordigheid van geest tot mijn voordeel aan te wenden. Dit alles bijeengenomen maakt, zooals iedereen weet, het geluk van den jager, zeeman en soldaat uit. Maar men zou al een zeer onvoorzichtig jager, admiraal of generaal zijn, indien men alles slechts op het toeval of zijn goed gesternte liet aankomen, zonder zich van die werktuigen te voorzien, die den goeden uitslag waarborgen. Zulk een blaam is op mij geenszins toepasselijk, want ik ben altijd beroemd geweest, zoowel om de voortreffelijkheid mijner paarden, honden en geweren, als om de bijzondere wijze waarop ik alles wist te behandelen en af te richten. Met trots mag ik dan ook getuigen, dat mijn aandenken in woud, weiland en veld in eere wordt gehouden. Ik zal hier nu niet in bijzonderheden omtrent mijne paarden- en hondenstallen of mijne wapenkamer treden, zooals sommigen wel plegen te doen; maar twee van mijne honden muntten in mijn dienst zoodanig uit, dat ik hen niet vergeten kan en bij deze gelegenheid een en ander van hen vertellen wil.

De eene was een patrijshond, zoo onvermoeid, zoo oplettend, zoo voorzichtig, dat ieder die hem zag, mijn zijn bezit benijdde.

Dag en nacht kon ik hem gebruiken. Des nachts hing ik een lantaarn aan zijn staart, en dan jaagde ik zoo goed of nog beter met hem dan op klaarlichten dag. Hij was 't gehoorzaamste dier dat ik ooit gekend heb, en geleek den heldhaftigsten soldaat in toewijding en plichtsbetrachting.

Ik had eene heel mooie vrouw getrouwd, die van mijne jachtavonturen gehoord had en, kort na ons huwelijk, haar verlangen te kennen gaf om ook eens mee ter jacht te gaan. Ik voldeed natuurlijk gaarne aan haar verlangen. Ik reed vooruit

Sluiten