Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om wat op te sporen, en spoedig zag ik mijn hond voor eene tallooze vlucht patrijzen stand houden. Ik wachtte lang op ,mijne vrouw, die met mijn luitenant en een rijknecht kort na mij weggereden was; doch er was niemand te zien of te hooren. Eindelijk word ik onrustig, keer om en omtrent op de helft van den weg hoor ik pijnlijk steunen. Het scheen vrij nabij te zijn en toch was er in den omtrek geen levend wezen te ontdekken. Ik steeg af, lei mijn oor op den grond en nu hoorde ik niet alleen, dat dit gejammer onder uit den grond kwam, maar herkende ik ook duidelijk de stem van mijne vrouw, den luitenant en den rijknecht. Tevens zag ik ook, dat niet ver van mij de opening eener steenkolenmijn was, en er bleef mij dus helaas geen twijfel meer over, dat mijne arme vrouw en haar begeleiders daarin gestort waren. Ik reed nu in allerijl naar het naaste dorp, om de mijnwerkers te halen, die eindelijk, na zeer inspannenden arbeid, de verongelukten uit eene schacht van 90 voet verlosten.

Eerst haalden zij den rijknecht op, toen het paard, daarna den luitenant, vervolgens zijn paard, en ten slotte mijne vrouw op haar Turkschen klepper. Het verwonderlijkste van dit alles was dat, ondanks de vervaarlijke diepte waarin zij gevallen waren, niemand gekwetst was, zelfs de paarden niet, een paar lichte kneuzingen niet medegerekend. Doch zij hadden vreeselijken angst uitgestaan, en waren buiten machte om ons voorgenomen jachtpartijtje voort te zetten.

In al deze verwarring had ik mijn hond geheel vergeten, zooals gij misschien ook al gedaan hebt.

Den volgenden dag was ik verplicht, voor dienstzaken naar elders te gaan, en kwam eerst na veertien dagen terug. Nauwelijks was ik eenige uren thuis, of ik vroeg naar Diana. Niemand had haar gezien of wist er iets van. Mijne dienstboden hadden gedacht dat zij met mij meegeloopen was en nu was ze tot mijn groot

Sluiten