Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om dit de dames nog beter te toonen, en haar alle noodelooze bezorgdheid te ontnemen, dwong ik den klepper met mij door een der open ramen van het salon te springen. Hier reed ik nu verscheidene malen, nu eens stapvoets, dan weder in draf, in galop, in 't rond, liet het ten slotte op de theetafel springen om daar op kleine schaal de lessen te herhalen, hetgeen buitengemeen in den smaak der dames viel. Mijn paardje deed alles zoo bijzonder handig en netjes, dat hij geen schotel of kopje brak. Dit deed mij zoo in de achting der dames en heeren stijgen, dat de graaf met zijne gewone beleefdheid mij verzocht, dit jonge paard ten geschenke van hem aan te nemen, en daarop den veldtocht tegen de Turken te ondernemen, die binnenkort onder aanvoering van graaf Münnich zou beginnen.

Aangenamer geschenk had men mij moeilijk kunnen aanbieden, daar het mij zooveel goeds van een veldtocht voorspelde, waarin ik mijn eerste proefstuk als soldaat zou afleggen. Een paard, dat zoo gedwee, zoo moedig en vurig was — zoowel een lam als een Bucephales — moest mij altijd herinneren aan de plichten van een soldaat en edelman en aan de stoute daden, die Alexander de Groote op het oorlogsveld verricht had.

Wij togen, naar het scheen, behalve om tal van andere redenen, ook met het plan te velde, om de eer der Russische wapenen, die in den veldtocht onder Czaar Peter aan de Pruth een weinig geleden had, te herstellen. Dit gelukte ons ook volkomen na verscheidene zeer vermoeiende, maar toch roemrijke veldtochten, onder aanvoering van den grooten veldheer, dien ik daareven noemde.

De bescheidenheid verbiedt ondergeschikten, zich op groote daden en overwinningen te verhoovaardigen, waarvan de roem gemeenlijk uitsluitend aan de aanvoerders, en dikwerf ook aan koningen en keizers ten goede komt. Ofschoon nu deze laatsten

Sluiten