Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een leger niet anders zien dan op een zonnig parade-plein, bij vredestijd, zal ik daar nu niet verder over twisten.

Ik maak dan ook geen bijzondere aanspraak op de eer van onze groote veldtochten. Wij deden allen onzen plicht, en dat wil in den mond van den echten vaderlander, den soldaat, heel wat zeggen. Daar ik intusschen een korps huzaren onder mijn kommando had, ging ik op verschillende tochten uit, waar het geheel op eigen schranderheid en dapperheid aankwam. Den goeden uitslag daarvan mag ik gevoeglijk aan mijn eigen beleid en de flinke hulp der brave metgezellen, die ik aanvoerde, toeschrijven.

Op zekeren dag, toen wij de Turken in Oczakow binnendreven, ging het bij de voorhoede zeer warm toe. Mijn vurig Lithausch paard had mij bijna verder gebracht dan voor mijn tijdelijk welzijn dienstig kon zijn. Ik had een tamelijk afgelegen voorpost en zag den vijand in eene wolk van stof tegen mij aanrukken, waardoor het me onmogelijk was, omtrent het juiste aantal en de bedoeling der tegenpartij volkomen zekerheid te verkrijgen.

Om mij nu ook in zoo'n wolk van stof te hullen, zou wel een gewone kunstgreep geweest zijn, maar 't had me geen haarbreed verder gebracht en dat was toch de bedoeling waarom men mij naar hier gezonden had. Ik liet dus mijne flankeurs zich links en rechts op beide vleugels verspreiden, en zooveel stof maken als zij slechts konden. Ik zelf ging echter regelrecht op den vijand los, om hem van naderbij in oogenschouw te nemen. Dit gelukte mij; de vijand stond en vocht slechts zoo lang tot de vrees voor mijne flankeurs hem in wanorde terugdreef. Nu was het tijd om hem dapper achterna te zitten. Wij joegen hem terdege uiteen, richtten een ontzaglijke slachting aan, en dreven hem niet alleen in zijne vesting terug, maar vervolgden hem nog zelfs binnen de stad, geheel buiten onze grootste verwachting.

Daar nu mijn Lithausch paard zoo buitengemeen vlug was.

Sluiten