Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een misverstand aanleiding gegeven had, dat Vulkaan mij op zekeren morgen naar een vertrek bracht, dat ik te voren nimmer gezien had, en waarin zich eene put met breede opening bevond. Hier hield hij mij overheen, zeggende: „Ondankbare sterveling, keer terug naar de wereld waar je vandaan komt!" en liet me toen los. Met ontzaglijke snelheid daalde ik, totdat ik alle bewustzijn verloor. Ik kwam tot mij zeiven, toen ik in een breed water viel, dat door de stralen der zon verlicht was.

Van mijne jeugd af kon ik zeer goed zwemmen. Ik was dus nu in 't paradijs, in vergelijking met de ellende, waaraan ik ontkomen was. Na eenigen tijd in 't rond te hebben gezien, ontdekte ik niets als zee zoover mijn oog reikte, 't Was er erg koud, een heel ander klimaat dan in Vulkaan's smidse. Ten slotte bespeurde ik op eenigen afstand een machtig gevaarte als een hooge rots, dat mij allengs naderde; spoedig ontdekte ik dat het een stuk drijvend ijs was. Ik zwom er om heen, totdat ik eene plek vond waar ik den top bereiken kon. Land zag ik nergens, en mijn wanhoop keerde weder terug; doch vóór de avond viel, zag ik een zeil, dat mij naderde; toen het onder mijn bereik was, riep ik in het Duitsch om hulp en antwoordde men mij in het Hollandsch. Ik sprong toen in zee, zij wierpen een touw uit, en zoo werd ik aan boord opgenomen. Ik vroeg nu waar ik mij bevond, en vernam dat wij op de Groote Zuidzee waren; dit gaf te denken. Het was duidelijk, dat ik van den berg Etna door het hart der aarde naar de Zuidzee gekomen was: een veel korter weg dan rondom de wereld, dien niemand, behalve ik, nog had afgelegd.

Ik gebruikte wat en legde mij ter ruste. Ik vertelde aan de stuurlui, hoe ik door de Etna gekomen was, maar ik bespeurde aan hun gelaat en uitdrukkingen, dat zij aan de waarheid mijner woorden twijfelden; daar men mij echter gastvrij aan boord had opgenomen, getroostte ik mij die beleediging.

Sluiten