Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op mijne beurt vroeg ik nu aan hen, wat het doel hunner reis was, waarop zij antwoordden, dat zij eene ontdekkingsreis deden. „En," zeiden zij, „als uwe geschiedenis waar is, dan is er een nieuwe doortocht ontdekt, en zullen wij niet teleurgesteld terugkeeren." Wij waren nu juist op kapitein Cook's weg, en kwamen den volgenden morgen te Botany Bay aan.

Wij bleven hier maar drie dagen; na ons vertrek zette er een vreeselijke storm op, die binnen weinige uren al onze zeilen aan flarden scheurde, onzen boegspriet in splinters sloeg en den grooten mast omver wierp; deze kwam op het kompas neer, dat ook vernield werd. Een ieder die op zee geweest is, kent de gevolgen van zulk een ongeluk. Ten slotte ging de storm liggen en werd gevolgd door een aanhoudende flinke bries, die ons zes maanden lang veertig knoopen in 't uur deed loopen, toen wij groote verandering in alles om ons heen begonnen te bespeuren, ons hoofd werd licht, onze neuzen werden met heerlijke aromatische geuren vervuld, ook de zee was van aanzien veranderd en van groen nu wit geworden!! Spoedig na deze wonderlijke veranderingen zagen wij land en op geringen afstand een inham, dien wij inzeilden; hij was breed en diep en met de heerlijkste melk gevuld. Hier landden wij en bemerkten spoedig dat het een eiland was, uit één groote kaas bestaande. Wij ontdekten dit bij een man der equipage, die flauw viel, zoodra wij aan land kwamen, daar hij een afkeer van kaas had. De bewoners van dit eiland leven hier voornamelijk van, en naarmate er op den dag van gegeten wordt, groeit de kaas des nachts weer aan. Hier scheen ook wijn in overvloed te zijn, doch als men de druiven uitperste, kwam er niets dan melk voor den dag. Wij zagen de bewoners naloopertje spelen. Zij liepen rechtop, waren negen voet hoog, hadden drie beenen en één arm, en als zij volwassen waren, op 't voorhoofd een hoorn,

Sluiten