Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien wijd open, slokte eene ontzaglijke hoeveelheid water in, en liet ons schip, dat vijfhonderd ton mat, in zijn maag neer. Hier lagen wij rustig alsof wij bij windstilte voor anker lagen. De lucht was, dit is niet te ontkennen, wat heet en onaangenaam. Wij vonden ankers, kabels, booten en barken in overvloed, en een aanmerkelijk aantal schepen, deels geladen en ongeladen, welke dit dier verzwolgen had. Alles moest bij fakkellicht geschieden, daar we zon, maan noch sterren hadden.

Op den tweeden dag onzer gevangenschap in dit rijk des nachts, waagde ik het, met den kapitein en eenige officieren een kleinen strooptocht te ondernemen. Wij hadden ons natuurlijk allen met fakkels voorzien, en ontmoetten nu menschen van alle natiën, omtrent tienduizend in getal. Zij wilden juist beraadslagen, hoe zij hunne vrijheid konden herkrijgen, daar sommigen hunner vele jaren in de maag van dit dier hadden doorgebracht. Juist toen de voorzitter ons over de zaak onderhouden wilden, werd de visch dorstig en begon te drinken; het water stroomde met zulk eene kracht binnen, dat wij allen onmiddellijk naar onze schepen terugtrokken, wilden wij niet het gevaar loopen van te verdrinken. Velen redden zich alleen door zwemmen.

Eenige uren later waren wij gelukkiger en kwamen bijeen, toen het monster zich van al dat water ontdaan had. Ik werd tot president gekozen, en deed het voorstel om twee der groote masten aan elkaar te binden, en deze, als 't monster zijn bek opende, daar tusschen te sperren, om hem te beletten zijn muil te sluiten. Dit werd algemeen goedgekeurd, en honderd flinke mannen werden tot de uitvoering hiervan gekozen. Wij waren ternauwernood met onze twee masten gereed, toen zich eene gelegenheid voordeed: het monster geeuwde, en dadelijk plaatsten wij den top van den mast tegen het verhemelte, terwijl het eind door zijn long ging, zoodat hij den bek niet sluiten kon. Zoodra

Sluiten