Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu alles in zijn maag vlot was, bemanden wij eenige booten, die ons wederom in de wereld brachten. Het daglicht deed ons, nadat wij ongeveer drie maanden in volkomen duisternis hadden doorgebracht, oneindig goed. Toen wij allen uit deze ruime vischmaag waren, vormden wij eene vloot van vijf-en-negentig schepen, uit alle natiën bijeengebracht.

We lieten de twee masten in zijn bek, ten einde te voorkomen dat ook anderen in dezen vreeselijken afgrond vol duisternis en slijk zouden geraken. Onze eerste zorg was nu te vernemen in welk deel der wereld wij ons bevonden; in den aanvang konden wij daaromtrent geene zekerheid krijgen. Eindelijk bespeurde ik, volgens vroegere waarnemingen, dat wij in de Kaspische Zee waren.

Hoe wij hier kwamen, was onmogelijk te begrijpen, daar deze zee geene gemeenschap met eenig ander water heeft. Doch een der bewoners van het Kaas-eiland, dien ik medegebracht had, legde het aldus uit: dat het monster in welks maag wij zoo lang gevangen waren geweest, ons langs een of anderen onderaardschen weg naar hier gebracht had. — Hoe het zij, wij naderden den oever, en ik was de eerste die aan land stapte.

Nauwelijks had ik mijn voet aan wal gezet, of een dikke beei kwam op mij aangesprongen. Ha! dacht ik, je komt juist van pas. Ik pakte met iedere hand een zijner voorpooten en drukte hem zóó vast tegen mij aan, dat hij hard begon te huilen; doch, ik liet hem niet los vóór hij den adem had uitgeblazen!

Van hier reisde ik weêr naar Petersburg. Hier kreeg ik van een oud vriend een uitmuntenden jachthond ten geschenke, die van de beroemde teef afstamde, waarvan ik u reeds verteld heb. Tot mijn leedwezen werd hij kort daarop door een onhandigen jager doodgeschoten, die hém in plaats van een koppel patrijzen raakte.

Tot een aandenken liet ik me van zijn vel een buis maken, dat mij

Sluiten